Posts tonen met het label mishandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mishandeling. Alle posts tonen

donderdag 12 juni 2014

Slap aftreksel van een man!

Het is als een tsunami, vanuit mijn buik, en als ik het er niet uitgooi blijft het woelen en tieren en draaien en oh, kolere shit, wat ben ik kwaad en oh, gotverdomme, wat zou ik jou graag bij je naam willen noemen, zo publiekelijk, online. Maar dat kan niet. Dat mag niet. En het is ook niet mijn stijl. Maar ze heeft het me vandaag verteld. Eerder was ze er nog niet aan toe en dat wist ik. Het is ook niet zomaar iets. Je hebt haar mishandeld. Kolerelijer die je er bent.

En nu wil ik even iets zeggen. Tegen jou. En tegen alle mannen die hun vrouw mishandelen. Want ik ben het zó zat. Ik heb zó genoeg van die eikels die hun poten niet thuis kunnen houden. Wat the fuck is er mis met je dat je je eigen partner slaat, schopt, dreunt, stompt, bij de keel grijpt, aan de haren sleurt? Wat voor loser moet je zijn om de persoon die van je houdt te mishandelen? En oh ja, natuurlijk zul je zelf een traumatische jeugd hebben gehad, ik ken de statistieken, maar so what? Ik ben ook mishandeld in mijn jeugd, verdomme, en ik haal het juist daarom niet in mijn hoofd om mijn liefste pijn te doen, bang te maken en te vernederen. Je verschuilen achter je nare jeugd, of welke andere nare ervaring dan ook, werkt niet, daar trap ik echt niet in want ik weet beter. Er bestaat zoiets als therapie, klootzak, jij grote lafaard. Er bestaat zoiets als hulp zoeken maar dat vind je niet nodig, zeg je. Nee, lul, want dan moet je met de billen bloot en dan moet je toegeven dat er iets mis is. Liever bleef jij je vriendin terroriseren, wel zo makkelijk, toch?

Geen respect kan ik voor zulke mannen hebben. Lafaards. Verraders ook, want hoe denk je hoe het voelt om in elkaar geramd te worden door degene die je vertrouwt? Geen greintje respect kan ik voor zulke mannen opbrengen en geen greintje begrip. Waarom dat achterlijke testosteron-vertoon? Ga op een vechtsport, leer je misschien nog iets over zelfdiscipline ook. Een echte kerel mishandelt zijn partner niet. Punt uit. Voor mij ben je een zwak aftreksel van een man wanneer je je issues botviert op je vrouw. En weet je? Het kan me ook eigenlijk geen ene fuck schelen waarom je deed wat je deed. Er is nooit een excuus voor huiselijk geweld. Daar bestaat geen rechtvaardiging voor. Al je zogenaamde verklaringen voor je gedrag zijn bullshit. Wat je deed is fout. Hartstikke fout. Serieus, als ik een pik had zou ik hem uit mijn broek halen en over je heen pissen. Voel je je dan nog steeds zo stoer? En voor de goede orde: stoer doen is iets heel anders dan stoer zijn. Ik hou van stoere mannen. Mannen met eer, die in de spiegel durven te kijken, ook als er iets mis is en niet pas wanneer het al te laat is. Maar jij? Je zet je geslachtsgenoten voor schut en je zou je kapot moeten schamen. Jij bent niet stoer. Integendeel.

Zij komt er wel bovenop. Ze is sterk (over stoer zijn gesproken!) en ze heeft de steun van mensen om haar heen. Alleen hoeft ze het niet te doen. Maar je hebt wel iets kapot gemaakt bij haar. En ik ben bang dat ze voor de rest van haar leven met onzichtbare littekens rond loopt, dankzij jou, schijnheilige oetlul, jij gestoorde zielenpoot. Kwaad ben ik ook omdat ik er net als iedereen in ben getrapt. In je valse beloftes. Je zou goed voor haar zorgen, had je aan iedereen beloofd. Tering, dat heb je bewezen, ja. Ik kan je naam niet noemen. Maar het liefst zou ik de hele wereld willen wijzen: kijk, die loser daar, die heeft zijn ex-vriendin mishandeld. Het liefst zou ik willen dat er grote schande over je valt en dat iedereen op je spuugt omdat je ware aard aan het licht is gekomen. Hoe diep kan een mens zinken? Heel diep.

donderdag 6 juni 2013

Vrijheid

Reporters without Borders is een organisatie die strijd voor vrijheid van informatie en meningsuiting. Hun website geeft een overzicht van alle plekken op de wereld waar die vrijheid slechts bestaat in de hoofden van de burgers.
 
Stel je nou eens voor... Zelfs mijn schoolboeken en schriften vielen ten prooi aan de paranoia en behoefte aan controle en macht van mijn vader. Driftig bladerde hij ze door, hij hield ze ondersteboven en schudde de bladzijden los. Ik stond erbij en keek ernaar, mezelf afvragend waarom ik in godesnaam zo'n mafketel als vader had gekregen. Ook boeken uit de bibliotheek en boeken die ik had gekocht of gekregen (waarvan ik zei dat ze niet van mij waren omdat ik bang was dat hij ze weg zou gooien) kregen deze behandeling. Hij was al niet blij met mijn voorkeur voor bepaalde boeken en nadat ik, tot zijn woede, wat ook precies de bedoeling was, lid was geworden van de Opzij leverde dat elke maand opnieuw een vies gezicht op, zodra hij zag wat de postbode had gebracht. Post aan mij gericht werd opengemaakt en gelezen. Mijn dagboek werd gelezen, totdat ik een nep dagboek begon met allerlei bullshit, dat ik thuis liet liggen, terwijl mijn echte dagboek mee ging naar school of bij een vriendinnetje logeerde. Wat ik op televisie zag en op de radio hoorde werd voor mij bepaald en ik had geen inspraak. Telefoon mochten we niet hebben, dat was overbodig onzin. Draaide ik op mijn oude, kleine platenspelertje een lp. die hem niet zinde, dan zorgde hij ervoor dat mijn kamer zonder stroom kwam te zitten. Godenzijdank hield hij van sommige black music en begreep hij de teksten van Bob Marley niet. Een eigen mening mocht ik hebben maar moest ik voor me houden en alles wat ik wél zei werd steevast afgedaan als gek, dom of niet belangrijk en leidde meestal tot ruzie want ik vertikte het om mijn mond te houden. Mijn zakken werden doorzocht en mijn kleding ook, zelfs mijn ondergoed werd overhoop gehaald. Ik kon altijd zien wanneer er weer een 'huiszoeking' was gedaan want wanneer zoiets aan de lopende band gebeurt ontwikkel je een speciaal talent om direct door te hebben wanneer er iets niet klopt en ik had bovendien op strategische plekken stukjes garen bevestigd. Was het garen weg wanneer ik thuis kwam, dan wist ik dat er in mijn kamer was gesnuffeld. Om zo te moeten leven is niet alleen heel vermoeiend omdat je non stop alert bent en je dagen gevuld zijn met geheimen en leugens en doen alsof, maar ook erg frustrerend. Er werd geprobeerd mij klein, bang, dom en onderdanig te krijgen en dat maakte me furieus. Er werd geprobeerd mij bepaalde rechten te ontnemen, alsof ik geen mens was die recht had op een eigen identiteit, eigen mening, eigen interesses, eigen smaak, eigen ideeën. Ik had geen recht op privacy en de te korte saloon-deurtjes van mijn slaapkamer zorgden dat ik me geen moment helemaal kon terugtrekken. Altijd werd ik in de gaten gehouden. Mijn vader achtervolgde me en ik kan me nog de schaamte herinneren die ik voelde toen een klasgenoot me op het schoolplein ineens vroeg of dat mijn vader was die aan de overkant tussen de bomen naar me stond te loeren. Hij ging zelfs zo ver om aan zijn ex-collega's te vragen mij in de gaten te houden. Het bedrijf waar hij had gewerkt zat vlakbij mijn middelbare school dus dat kwam goed uit. Nergens voelde ik me veilig. Nergens was ik vrij. Nergens kon ik mezelf zijn. Behalve in mijn hoofd.

Als je bovenstaande leest dan kan het niet anders dan dat je tot de conclusie bent gekomen dat mijn vader ernstige psychische problemen had en dat hij als gezinshoofd 'ontslagen' had moeten worden. Er had ingegrepen moeten worden. Elk stukje informatie, elk beetje nieuwe kennis dat ik binnenkreeg en waar hij geen controle over had werd door hem beschouwd als een potentiële bedreiging. Ik vroeg hem eens waarom hij mijn boeken controleerde en wat hij dacht te vinden. 'Ik kijk of er iets in staat waarmee ze je willen opstoken tegen mij', antwoordde hij, terwijl hij het zoveelste boek van de plank pakte. 'Dat is mijn aardrijkskundeboek! Doe normaal!', riep ik kwaad terug, want mijn kwaadheid kende en kent nog steeds geen vrees, hoewel ik wist dat het geen enkele zin had. Ik had de discussie al zo vaak gevoerd en nooit had ik 'm gewonnen. Er viel niet met hem te praten. Hij vond dat hij in zijn recht stond, want hij was mijn vader en ik behoorde geen kritiek te hebben en me te verzetten. 'Altijd weet je het beter, he? Je zorgt er gewoon voor dat ik zin krijg om die bijdehante blik van je kop te slaan, met die grote smoel van je'. Mijn vader was net een gestoorde dictator. Zo eentje die het volk het zwijgen oplegt. Een dictator die bepaalt wat de burger wel en niet mag weten, die gul en gretig censureert, controleert en ieder verzet de kop probeert in te drukken. Omdat mijn moeder hem steunde, had hij alle macht in handen. Niemand buiten het gezin wist van het maniakale gedrag van mijn vader. Ik stond er alleen voor.

Er zijn landen waar zo'n gestoorde dictator, meestal gesteund door het leger, eenzelfde regiem voert als mijn vader deed, vroeger, lang geleden, en waar mensenrechten, zoals het recht op vrije meningsuiting, worden geschonden alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ik ging op mijn 19e uit huis, ik vluchtte zodra ik de kans kreeg op een eigen plek, met mijn liefste, en leerde langzaam maar zeker mezelf weer veilig en vrij te voelen. Eindelijk kon ik beginnen te worden wie ik ben. Er zijn mensen, nu, op dit moment, terwijl jij dit leest, die zich afvragen of ze ooit (weer) veilig en vrij zullen zijn. Er zijn landen waar je mening niet telt, waar je gestraft wordt voor je mening wanneer deze afwijkt van die van de machthebber, waar informatie gecontroleerd en gecensureerd wordt, en waar mensen in angst leven, altijd op hun hoede. Omdat je een hart hebt heeft wat ik je over mijn vader heb verteld, je geraakt. Het heeft emoties bij je opgeroepen, zoals verdriet en woede. Stel je nou eens voor dat je in een land leeft waar je dag in, dag uit, meemaakt wat ik heb meegemaakt, en soms nog veel erger. Stel je eens voor dat het gevaarlijk is om eerlijk en open te zijn. Toen ik jong was, had je geen internet, geen mobiele telefoons en maar anderhalve zender op televisie.. Maar stel je nou eens voor dat in een stad als Amsterdam de burgemeester besluit om alle virtuele social networks onder de Amsterdammers plat te gooien, zoekmachines zwaar te amputeren, vrij internet onmogelijk te maken en de media te controleren op alles wat de positie van meneer Van Der Laan in gevaar zou kunnen brengen. AT5, de lokale zender, wordt een instrument om mensen onder de duim te kunnen houden, en alle andere zenders verdwijnen. Protesten worden onmiddellijk met (onredelijk) geweld de kop in gedrukt. Bepaalde vormen van kunst en meningsuiting worden verboden. Mensen verdwijnen in gevangenissen en de Bijlmer bajes verandert in een onofficieel strafkamp voor een ieder die kritiek heeft op de Mokumse burgemeester en wethouders. Echt, de pleuris zou uitbreken in Amsterdam en het zou ontaarden in een gewelddadige oorlog tussen burgers en overheid, want niemand, niemand hier zou zoiets accepteren. En stel je dan nu eens voor dat je in China woont. Noord-Korea. Zimbabwe. Saoedi Arabië. Swaziland. Rusland. Iran. De Filipijnen. Syrië. Kazachstan. Gambia. En meest recent, Turkije. Miljoenen mensen over de hele wereld wordt het recht op informatie en vrije meninsuiting ontzegd. Stel je nou eens voor...
 
 

zondag 26 mei 2013

Mijn loopje...

The wisdom of Age: Don't stop walking
(Mason Cooley)

If I could not walk far and fast, I think I should just explode and perish (Charles Dickens)

Iedereen schijnt haar of zijn eigen, herkenbare loopje te hebben. Ik heb een loopje wat blijkbaar opvalt en waar ik wel eens op aangesproken word. Echt waar, ik overdrijf niet, mijn loopje trekt aandacht. Ooit vroeg iemand me of ik danseres was geweest vanwege mijn loopje, anderen vroegen me of ik altijd veel aan sport heb gedaan (huh?), of ik model ben geweest (serieus), er is me ooit gevraagd of mijn loopje veroorzaakt werd door een hevige verliefdheid- toen ik die niet voelde, iemand zei me dat ik liep als een jong veulen, weer een ander noemde me een struisvogel (tering! wat was ik kwaad), men heeft me gevraagd naar welke muziek ik luister op mijn mp3, vanwege mijn 'energieke' manier van lopen, en op een warme zomerdag zei een wildvreemde jonge vrouw op straat me ineens dat ze mijn loopje zo erotisch vond. Ik doe het niet bewust. Ik trek niet elke dag mijn schoenen aan om op straat voor publiek mijn loopje een beetje te gaan lopen doen zodat ik aandacht krijg. Ik zou je ook echt niet kunnen uitleggen hoe ik loop. Blijkbaar loop ik zoals een erotisch dansende kruising tussen een verliefde veulen en een sportieve struisvogel onder begeleiding van opzwepende beats over de catwalk zou lopen. Zie je het voor je? Ik dus niet, ik heb geen idee hoe ik loop maar zó gaat dus mijn loopje. Zegt men.
 
Ik ben ergens midden op de hei tijdens een lange wandeling met Moos in elkaar gezakt en ik wilde niet meer overeind komen. 'Ik doe het niet meer. Ik hou ermee op'. Onder de pijnstillers zat ik. En ik verrekte van de pijn. Mijn huisarts constateerde ontstekingen in beide schouders, in mijn linkerlies en boven mijn rechterknie, een ontstoken stuit die van binnen en van buiten letterlijk bont en blauw was, een schots en scheef bekken, scoliose én een ernstige burnout met een depressie. 'Als je nu niet onmiddellijk hulp gaat zoeken, dan laat ik je opnemen in een verpleeghuis', zei de huisarts en ik huilde omdat ik wist dat ze gelijk had. Ik leefde gezond maar tegelijk liep ik al jaren te klooien met mijn lichaam. Ik had niet geluisterd naar wat m'n lijf mij geprobeerd had duidelijk te maken. Wie niet horen wil, moet voelen, en ik voelde me een ouwe, beschimmelde, halfverrotte ragdoll waar bovendien een tank overheen was gedenderd. Wanneer ik liep (nou ja, wanneer ik een poging deed tot lopen, want een ukkepuk van achttien maanden zou me nog hebben ingehaald) kon ik dat niet doen zonder te kreunen, te steunen en te vloeken en ik kon nauwelijks meer op eigen kracht naar de plee laat staan naar buiten dus ik had toch maar een rolstoel geleend. Van een loopje was geen enkele sprake. Ik had geen loopje. 'Leer er maar mee leven', zei de professor in Delft nadat hij me had onderzocht. Chronisch pijnsyndroom, zo noemde hij het (pas later bleek ik fibro te hebben) en een andere deskundige adviseerde me om alvast een elektrische rolstoel aan te vragen want  'Het zal alleen maar erger worden, mevrouw Teekamp', en zo, alsof ik geen andere optie meer had, bleek ik begin 2000 officieel het recht te hebben verkregen om op de invalidenplek in de tram plaats te mogen nemen.
 
Dat uitgesproken, specifieke loopje van mij, dat is aan de ene kant het resultaat van vier jaar keihard werken. In die vier jaar heb ik Mensendieck, fysiotherapie, manuele therapie, orthomanuele therapie,  antroposofische fysiotherapie, ritmische massage, reflexzone massage, medicijnen, hulpmiddelen én psychotherapie gehad. In eerste instantie was het doel uit die rolstoel te komen maar al snel werd duidelijk dat er nog een veel grotere klus op me lag te wachten. Als gevolg van de jarenlange mishandelingen uit mijn jeugd had ik mijn lichaam in een ongezonde, onnatuurlijke houding gebracht en ik deed álles verkeerd, al tientallen jaren, waardoor mijn spieren vergeten waren hoe het eigenlijk ook alweer hoorde en mijn botten en gewrichten nonstop op hun sodemieter kregen. Ik was mezelf van binnen aan het slopen geweest zonder dat ik me daarvan bewust was. Ik had de lichaamshouding van iemand die zowel klaar is om te vechten als om te vluchten, automatisch altijd op haar hoede voor eventueel gevaar, ook toen dat gevaar allang geweken was, en ik moest helemaal van voren opnieuw beginnen, als een pasgeboren baby, hoewel die over het algemeen niet hoeft te leren hoe adem te halen en dat moest ik dus wel. Ik werd opnieuw geboren en ja, ik ben me ervan bewust hoe zweverig dat klinkt maar ik heb het echt zo ervaren. Ik leerde opnieuw te ademen, te zitten, opnieuw te staan, te bewegen.
 
Weet je wat zo mooi, prachtig en wonderlijk is? Onze spieren hebben een eigen geheugen. Dat vind ik nou zo geweldig slim gedaan van Moeder Natuur. Hoe het werkt weet volgens mij niemand, maar door middel van meer inzicht in je lichaam gecombineerd met oefeningen en trainingen kun je je spieren helpen zich te herinneren hoe het moet. Ik moest de touwtjes in handen nemen en mijn spieren laten zien dat dat bange meisje van toen niet meer in charge was. En alles deed in het begin zo godvergeten veel pijn. Niet alleen lichamelijk. Onverwerkt leed kwam naar boven, in allerlei geuren en kleuren, want het is natuurlijk niet leuk om te beseffen dat je hard op weg was om voor de rest van je leven invalide in een rolstoel terecht te komen, dankzij je ouders. Dat is fucked up. Ik moest naar een orthomanuele arts (een gespecialiseerde kraker) die met het gemak van een doorgewinterde nekkenbreker (verkleed als Joodse arts) mijn atlas (dat ding bovenaan je nek, bedoel ik) recht zette (krak!) en vervolgens als een vermomde beeldhouwer met iets wat op een beitel leek mijn schaambeen recht tikte (wtf?) en ik was me toch in een kolere humeur naderhand. Ik was woedend. Woedend op de hele wereld, inclusief mijzelf. Maar ik leerde. You live and you learn. En ik ging door want opgeven, dat was nou juist de optie die ik niet had. Sodemieter toch op met je elektrische rolstoel en je invalideplek in de tram. Ik wilde lopen. Ik wilde het juiste loopje kunnen lopen. Mijn loopje.
 
Maar hoe werkt dat met een loopje? Hij is alleen goed wanneer hij echt van joú is. Al die wannabe ganstertjes met hun zogenaamde gangsta walk, je ziet zó dat het nep is. Het komt niet van binnenuit, het weerspiegelt niet wat ze zijn maar laat alleen maar zien wat ze zouden willen zijn.  Na vier jaar zwoegen bleek ik twee centimeter te zijn 'gegroeid' omdat ik eindelijk de juiste houding had en moest ik een schoenmaat groter omdat mijn voeten eindelijk normaal stonden. Maar ik was niet klaar. Ik moest het me nog eigen maken. Het was alleen nog maar de techniek en mijn loopje had geen soul, geen terroir.  Dat kwam later, drie jaar later om precies te zijn, toen ik iemand ontmoette die me bewust en onbewust een heleboel leerde over onder andere zelfrespect. 'Keep your head up en geloof in jezelf', zei hij tegen me, keer op keer, en hij stimuleerde me om mezelf te herontdekken na de dood van Moos. Ik leerde door hem dat woede ook een positieve kracht kan zijn en dat je er gebruik van kunt maken, zoals ik al eerder maar dan onbewust gedaan had in die vier jaren. Plus we hielden van elkaar en alleen al die gedachte was voldoende om het vuurtje van mijn loopje brandende te krijgen.  Ik ontdekte zoveel redenen om blij te zijn met mezelf en om niet bang te zijn voor de wereld. Ik begon me eindelijk weer vrouw te voelen, sterk, mooi, slim, sexy, en dat ben ik niet meer kwijtgeraakt. Eerst kwam de techniek, daarna het gevoel. Mijn ex-vriend heeft me klote streken geleverd maar dankzij hem werd mijn loopje pas echt van mij.
 
Je voelt 'm al aankomen, he? Nu komt dan de boodschap van mijn verhaal. Het motto van mijn stukje blog. Wel, lieve lezers en lezeressen, ten eerste moet je me dus nooit en te nimmer vergelijken met een vogel op hoge poten wanneer je me ooit in levende lijve ontmoet want dat wordt door mij niet gewaardeerd. En ten tweede wil ik je zeggen dat het de moeite waard is om in jezelf te blijven geloven. Ook als het leven je alweer een flinke smack in het gezicht heeft gegeven. De meeste mensen hebben geen idee hoe sterk ze eigenlijk zijn! Neem alsjeblieft van mij aan dat ik echt niet zo spectaculair anders ben dan jij wat dat betreft. Als ik het kan, dan kan jij het ook. En ik ben er nog lang niet. Maar ik geloof in mezelf en dat kan niemand me meer afnemen. Ik loop met mijn hoofd hoog en mijn lichaam recht. Een filmpje van mijn manier van rennen werd geanalyseerd. 'Perfect' was de uitkomst en ik wist niet wat ik hoorde. Ik doe niet aan rennen, maar als ik het doe dan ren ik perfect. Bepaalde dingen heb ik moeten opgeven en daar kan ik af en toe de pest over in hebben maar ik accepteer het wel want ik ben niet dom en ik blijf in mezelf geloven. In ieder mens zit een vechter, ook in jou, schat, en waar je ook voor vecht, wees realistisch maar blijf in jezelf geloven. Keep on walking!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

zondag 28 april 2013

Over woorden

Er is één woord dat ik zo mooi vind dat ik er geen woorden voor heb.
 
Een woord kan dodelijk zijn wanneer het meer is dan een woord alleen en gedoopt is in het bloed van honderd innerlijke demonen. Dezelfde mond die kust, lacht en zingt kan veranderen in een moordwapen en je hebt er geen vergunning voor nodig. Zij wist dat. Een spervuur aan ijskoude woorden, tot op het bot verkillend als de oostenwind in januari, werd op haar afgeschoten. Vriesdroge tranen huilde ze, van binnen, onzichtbaar voor de schutters die wedijverden om de gunsten van de bevelhebber en er daarom voor kozen om te vergeten wie zij was. Ze lieten haar vallen in de hoop zelf te kunnen blijven staan. Verraad komt in allerlei vormen voor.

Eenzaam is het bestaan van iemand die zich vast klampt aan het leven maar niet meer weet waarom. Morgen bestaat niet. Er is alleen nu en de doffe berusting in het feit dat vandaag hetzelfde zal zijn als gisteren. De overlevingsdrang van de mens is een ongekende oerkracht maar je moet er soms aardig wat voor betalen. Waarom de ene mens beter is in overleven dan de ander weet ik niet. En waarom de één met meer emotionele beschadigingen en een groter psychologisch trauma dan een ander uit de strijd komt weet ik ook niet. Wat maakt iemand sterker? Het leven kan een fitness school zijn voor iemands karakter maar wat maakt dat iemand het al wil opgeven na drie emotionele sit ups en een ander door gaat tot het trainingsschema is afgewerkt, ook als het zwaar is en het einde niet in zicht? Waarom verdraagt de een de eenzaamheid beter dan de ander?

Ik wist het. Ze mochten niet winnen. Ik weigerde me over te geven. Kom maar op! Probeer mij maar neer te schieten! Met de koppigheid van Mount Everest vertikte ik het om hun woorden te geloven. 'Ik ben niet dom. Ik denk niet alleen aan mezelf. Ik ben niet gek. Ik ben niet lelijk. Ik maak niks kapot. Ik ben niet slecht'. Pas veel, veel later leerde ik die zinnen van destructieve woorden om te draaien, om van de min een plus te maken. 'Ik ben slim. Ik denk aan anderen. Ik ben uniek. Ik ben mooi. Ik creëer. Ik ben goed'. Er is die ene zin die in mijn geheugen staat gebrand. 'Er zal nooit iemand van jou houden'. Die woorden hakten erin. Niet omdat ik ze geloofde maar omdat ik me niet kon voorstellen hoe een vader zoiets kon zeggen tegen zijn dochter en waarom hij mij zo graag wilde kwetsen. Nog steeds raak ik van streek als iemand waar ik het niet van verwacht en waar ik een band mee heb mij expres probeert te kwetsen.  Ik verander niet in een snotterend slachtoffer maar ik ontplof in een explosie van woede vermengd met droevig ongeloof. Pas wanneer de rook is verdwenen en de behoefte om terug te schieten, bij voorkeur met zwaarder geschut, is geslonken, ben ik in staat een poging te wagen er rustig over na te denken of te praten. Maar ook mijn karakter heeft regelmatig in die fitness school gezeten. Ik ben getraind dus ook minder snel te kwetsen. Elk nadeel heeft... Je weet wat ik wil zeggen toch?
 
Een woord is een woord is een woord. Er zijn mensen die misbruik maken van de kracht van woorden. Woorden kunnen samengevoegd worden en zo tot een boodschap worden verweven die eenmaal uitgesproken onder je huid gaat zitten en daar zich een weg vreet, als een kanker, venijnig en verwoestend. Zoals een eenvoudig woord kan verzachten en troosten, zo makkelijk is het ook om iemand te kwetsen met één simpel woord. Verbale oorlogsvoering kan een vorm van mishandeling zijn wanneer de agressor de touwtjes in handen heeft en stevig op zijn of haar troon zit zonder zich zorgen te hoeven maken over een eventuele tegenaanval of zelfs maar één enkel verdedigingsschot.
 
Zij is uitgegroeid tot een warme, liefhebbende, integere vrouw, met een zwaar getraind karakter. Haar mond kust, lacht en zingt en brengt meer vreugde dan zij zich realiseert. Ooit zelf verraden en neergemaaid zet zij zich in voor mensen met een gewonde ziel die dringend een bondgenoot nodig hebben. Ze is een vechter. Wat haar is aangedaan doet mijn hart huilen. Zo graag zou ik willen goedmaken wat anderen fout hebben gedaan. Zo graag zou ik haar willen laten dobberen in een warm bad van verzachtende en troostende woorden. Ik wil met een boodschap komen die nare herinneringen doet verbleken en de littekens op haar ziel doet vervagen. Ik wil met één enkel woord haar hand vasthouden en haar zeggen dat ik haar nooit zal verraden.
 
'It's not the size of the dog in the fight, it's the size of the fight in the dog' (Mark Twain). Zij heeft gevochten en zij heeft gewonnen. Ik heb gevochten en ik heb gewonnen. De agressors en hun hulptroepen zijn er in geslaagd ons te raken maar wij stonden weer op en kunnen met opgeheven hoofd zeggen dat wij geen slachtoffers meer zijn. Wij kennen de vernietigende kracht van woorden.  Wij hebben voor dat peloton gestaan en wij hebben het overleefd. Vandaag is niet meer zoals gisteren en de toekomst wacht op ons. 'Ik geloof in mezelf. Ik zal blijven hopen'. Maak voor jezelf een glanzend, schitterend schild van woorden met een boodschap die jou de kracht van de zon geeft en je warm houdt. Ik schreef 's nachts in het donker in een geheim schriftje. Tegengif in de vorm van korte affirmaties. Motiveer jezelf om niet op te geven wanneer je in die fitness school des levens zit. Een woord is een woord is een woord. Hou vol!
 
En het mooiste woord dat ik ken? Liefde.