Posts tonen met het label kindermishandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kindermishandeling. Alle posts tonen

woensdag 9 oktober 2013

Groots

(Ik gebruik niet graag mijn achtergrond als aas om te vissen naar lieve woordjes of complimentjes. Beter vertel ik over mijn ervaringen in de hoop dat mensen, iemand, jij er iets van opsteekt, er iets van leert, er iets mee kán, iets goeds, iets positiefs. In ieder geval, lees het en tel je zegeningen , ja? Dat doe ik ook.)
 
Alleen thuis? Nee, toch niet. Hij stond ineens in de deuropening en zei: "Kom jij eens met mij mee". Het had geen zin om te weigeren. Die dag deed ik iets waardoor dingen veranderden. Het was een Groots moment, wat ik me destijds helemaal niet realiseerde, hoor. Wist ik veel. Ik dacht niet na. Het was niet gepland en het had helemaal verkeerd kunnen aflopen, maar zoals gezegd, ik dacht niet na. Ik deed. Je hoort mensen wel eens zeggen: "Er knapte iets in mij", en zo gebeurde het. Er knapte iets. Secondewerk leek het. Een, twee, drie, het ging allemaal zo snel. Vier, vijf, zes, "Leeft hij nog?", maar ik durfde niet te kijken. Zeven, acht, negen, opgelucht haalde ik adem bij het horen van zijn voetstappen. Maar dan, bij tien, paniek: "Hij maakt me dood".

Dood maakte hij me niet, dat moge duidelijk zijn. Het eigenaardige was dat hij helemaal niets deed. Hij kwam me niet eens achterna. Een paar weken voor dat Grootse moment had hij nog gedreigd me te vermoorden. "Wat ben je toch een vuile lafaard!", had ik tegen hem geschreeuwd nadat hij mijn zusje had geschopt, van achteren, tussen haar benen, omdat hij niet tevreden was over de manier waarop ze het aanrecht droog veegde. Ze had gehuild, wat hem helemáál pissig maakte en ik, de grote zus, wilde niet dat hij haar nog meer pijn zou doen dus ik was op hem afgestormd. "Jij bent echt gek. Zoiets doe je niet!", ik daagde hem uit, in zijn gezicht, een meisje van 17 tegenover een man van 57 en toen mijn moeder zich ook nog eens mee begon te bemoeien ("Wat is er gebeurd?', vroeg ze, mijn kleine broertje stond ernaast) werd hij stil. Dreigend stil werd hij, als de stilte voor het losbarsten van het onweer. M'n zusje had zich inmiddels uit de voeten gemaakt en zich teruggetrokken op haar kamertje. In de keuken stonden mijn vader en ik tegenover elkaar. "Je schopt iemand niet in het kruis omdat ze het foute doekje gebruikt! Durf je wel?!", en hij draaide zijn gezicht weg en keek mijn moeder aan: "Zie je dat? Die vieze blik in die ogen van d'r? Ze denkt dat ze heel wat is, met die grote smoel", wat ik intussen zo vaak gehoord had dat het me niet meer in de war bracht. "Vind je het raar dat ik zo naar je kijk wanneer je mijn zusje tussen haar benen trapt! Zoiets heb je gewoon niet te doen! Jij bent de volwassene hier en ík moet jou uitleggen dat zoiets fout is???", mijn grote smoel deed zich gelden en daar was het, het onweer. Ik wist zijn maaiende arm te ontwijken en vluchtte mijn kamertje in, hup, snel, gauw, het trappetje van mijn hoogslaper op, mijn hart bonkend van angst, en in een hoekje op mijn bed zocht ik dekking, in elkaar gedoken, ervan overtuigd dat hij me dood ging maken. Ik was zó bang, echt waar. Ik zag niets waarmee ik me kon verdedigen en hij was zo sterk, zo groot en zo kwaad. Bovendien kende ik zijn geheim. Hij had het me verteld, die dag dat ik een poging had gedaan om weg te lopen en hij het gezin waar ik hoopte veilig te zijn, gedreigd had overhoop te steken, zwaaiend met een groot vleesmes. Op de weg terug naar huis, op de hoek van de Tugelaweg in Oost, vertelde hij plotseling over zijn agressie. "Ik heb lang geleden bijna iemand vermoord. Ik sloeg hem met zijn hoofd tegen de stoeprand", met zijn grote handen deed hij voor hoe hij het gedaan had, bam, bam, en zo kwam ik erachter dat mijn vader vastgezeten had voor poging tot doodslag. "Ik wil niemand pijn doen. Maar ik kan het niet stoppen. Het zit in mij. Je moeder weet het niet. Maar ik ben bang voor mezelf, ik vertrouw mezelf niet. Daarom moet je me niet kwaad maken. Begrijp je wat ik je probeer te zeggen?" en ik had het heel goed begrepen maar het had uiteindelijk niets uitgemaakt. Van mijn zusje moest hij afblijven. Punt uit. En dus stond die man daar in mijn slaapkamer, een en al gestoorde, ongecontroleerde woede, zijn linkerhand een vuist en in zijn rechterhand een groot, zwaar koffieblik wat hij uit de keuken had meegenomen. Ik kon geen kant uit. Heel even dacht ik dat hij het trappetje op zou klimmen maar toen zag ik wat hij van plan was te doen. Het volle Douwe Egberts blik lag in die enorme hand van 'm en ook al zat ik op een hoogslaper, ik was een sitting duck, zo op een metertje afstand, in een hoekje gedrukt. "Hij is geschift", ik hoor het mezelf nóg denken maar net op het moment dat zijn arm omhoog kwam, klonk ineens de stem van mijn moeder. "Schat, nu ga je wel te ver", en hoewel hij verder ging met schreeuwen en schelden ("Zie je nou wat je doet? Je verpest het huwelijk van je moeder en mij. Dat vind je leuk, hè? Jij bent zó laag, jij hebt geen hart!") liet hij het koffieblik zakken, godezijdank. Ik was ontsnapt. Mijn moeder zette het blik terug, nam mijn vader mee naar de woonkamer en zoals altijd werd er daarna gedaan alsof er helemaal niets gebeurd was. Zo ging dat. Maar ik ben het nooit vergeten. Die beweging van zijn arm, met die joekel van een blik in zijn hand, alsof hij een freakin' potje trefbal aan het spelen was, en de manier waarop hij me had aangekeken, als een doorgedraaide maniak, vol haat en razernij. Hij had me gesloopt als mijn moeder niet had ingegrepen.
 
(Grootse momenten hebben we allemaal wel eens gehad. En er komen er ongetwijfeld nog meer want het leven zit vol met verrassingen en malle wendingen en plotselinge veranderingen. Ze komen in allerlei soorten en kleuren en zijn voor iedereen verschillend maar ze hebben met elkaar gemeen dat ze je kunnen tillen naar een hoger vlak. Ze kunnen je hoop geven, moed, kracht, vertrouwen, toen, nu, later. Ik heb al diverse Grootse momenten beleefd (inclusief kleine Grootse versies) en ik weet zeker jij ook. Dat pakt niemand je meer af. Onthoud dat.)
 
In de kelder had hij me betast. Ook mijn kut, ja, dat klopt. Hij deed die dingen. "Hoe kan dit verkeerd zijn? Elke vader die van zijn dochter houdt doet dit. Maar je mag het aan niemand vertellen". Ik walgde van hem op zulke momenten. Elke keer wanneer hij mij misbruikte voelde ik alleen maar koude, misselijkmakende minachting voor hem. Nooit heb ik één traan gelaten, nooit heb ik angst getoond of gesmeekt wanneer hij zijn zogenaamde vaderlijke liefde liet blijken; ik was stil, ik sprak niet, ik bewoog me niet en liet het gebeuren, terwijl van binnen een kil vuur genaamd verachting hevig brandde en ik alles aan hem vervloekte. Die middag deed ik mijn kleren goed nadat hij klaar was met me en liep terug naar de keldertrap, weg, weg, ik wilde weg van die plek, waar het stonk naar vies en vuil en smerig misbruik, leugens, verraad, gevaar en pijn. Halverwege de trap hoorde ik dat hij achter me aanliep en ik voelde gewoon dat hij nog meer wilde. Snel probeerde ik de deur boven te bereiken maar hij greep me van achteren, hard, en zijn hand wilde al richting mijn meisjesborst gaan toen er, jawel, iets knapte in me. Koud vuur stroomde vrijuit en ik liet het allemaal los. Ik schopte. Ik trapte naar achteren en raakte mijn vader vol in zijn lies. Terwijl ik naar boven rende richting kelderdeur (waar altijd het haakje op moest omdat hij niet betrapt wilde worden) hoorde ik hoe hij de trap af lazerde.
 
Hij had zijn nek kunnen breken of met zijn hoofd op de betonnen vloer terecht kunnen komen. Een houten trap en verder alleen maar steen en beton. Maar hij leek in orde te zijn toen ik hem boven hoorde komen, en dat was ook zo, hij mankeerde niks. Ik had hem niet vermoord. Hij had niet eens wat gebroken of een gat in z'n kop (ja, je leest het goed tussen de regels: ik was ergens ook een tikkeltje teleurgesteld). Hij ging zitten in de woonkamer en er gebeurde niets. Helemaal niets. Het was stil en het bleef stil. Ik vertrouwde het niet want ik wist maar al te goed waartoe hij in staat was en dit was zo'n abnormale reactie dus ik nam de benen voor een paar uur en kwam pas terug toen ik zeker wist dat er meer mensen thuis waren.
 
Het duurde een paar weken voor het tot me doordrong en ik was perplex. Er was iets veranderd. Er was iets gebeurd. Mijn leven was veranderd. Want vanaf die bewuste dag, die middag toen ik mijn vader van de trap trapte is het lichamelijk geweld gestopt. Het sexueel misbruik hield op en ook de lichamelijke mishandelingen. Zó, van de ene dag op de andere. Het was 1981, vlak voor ik 18 werd. Op mijn 7e was het begonnen en op mijn 17e hield het op. Met geen vinger heeft hij me meer aangeraakt. En pas toen de psychologe destijds, toen ik in therapie was, mij erop wees begon ik te begrijpen hoe daadwerkelijk belangrijk en ingrijpend dat moment is geweest voor mij. Ik ben tegen mijn vader opgestaan. Ik heb hem laten zien dat ik het niet meer pikte. Hij verloor zijn macht en controle over mij. Ik was geen slachtoffer meer. Dat Grootse moment (want dat was het) is bepalend geweest voor de rest van mijn leven. Zonder erbij na te denken liet ik het vuur ontsnappen en boekte ik een zege die me in de jaren erna veel kracht heeft gegeven en dat nog steeds doet eigenlijk. "Ik weiger een slachtoffer te zijn dus fuck jou", niet alleen naar mijn vader en naar mijn moeder maar ook naar elke rottige streek die ik heb meegemaakt en elke keer dat ik onderuit ben gegaan. Er was geen publiek om mij toe te juichen maar voor mij was het een glansrijke overwinning die ik voor altijd koester.
 
(Nog even want ik bedoel dus niet te zeggen dat ik geweld aanmoedig. Ik denk er liever niet aan wat had kunnen gebeuren als het niet was gegaan zoals het is gegaan. Het ging zoals het ging en blijkbaar moest het goed gaan maar het had ook totaal uit de hand kunnen zijn gelopen. Bevind je je in een dreigende situatie zoals die van mij destijds, ben je een slachtoffer, zoek dan alsjeblieft hulp. Ga niet jezelf onnodig in gevaar brengen. Die boodschap zul je never nooit van mij krijgen.)
 
 
 
 







dinsdag 9 juli 2013

S.O.S.

Medelijden hoef ik niet. Ik ben geen slachtoffer meer. Maar ik hoop dat je na het lezen van mijn blog begrijpt hoe belangrijk het is om een S.O.S. te (h)erkennen en serieus te nemen.
 
'Ik stuur mijn broer op hem af. Hij maakt hem dood', zei hij tegen me terwijl hij nog een trekje van zijn joint nam. Maar dat wilde ik niet. 'Ik wil alleen maar dat het stopt', maar hij wilde niet luisteren. Ik was zijn meisje en hij zou me beschermen. Een jaar of 16 was ik en hij was 18. De grootste stoner van de school. Lang donker haar, een scharrig baardje en alles aan hem rook naar wiet. 'Hier ben je veilig', en dus was ik naar hem toegegaan, die ene keer dat ik wegliep van huis. Diezelfde avond smeekte hij me alsjeblieft met mijn vader, die zwaaiend met een groot vleesmes iedereen dreigde neer te steken, mee naar huis te gaan. Zijn broer bleek in het buitenland te wonen en zijn ouders verscholen zich jammerend achter de keukentafel. 'Ga met hem mee! Kijk wat je ons aandoet!', terwijl ik aan mijn haren werd meegesleurd, bont en blauw geslagen, mijn bloes kapot gescheurd. Er werd geen politie ingeschakeld, de kinderbescherming werd niet gebeld, niks. De volgende dag en alle dagen daarna, tot hij van school af ging, sprak mijn door de mand gevallen held niet meer tegen me. Zo ook alle anders stoners op school. 'Die meid is geschift en haar vader ook'. Ik schaamde me diep.

Je had het grote Vrouwenhuis op de Nieuwe Herengracht maar er zat er ook eentje, een kleinere, op de Albert Cuyp. Daar zat ik op een avond met een kop thee. Even bij komen, even adem halen, even veilig zijn. Hoe oud zou ik zijn geweest? Een jaar of 17? Een vrouw was naast me komen zitten en had me gevraagd wat zo'n jonkie als ik kwam doen. Ik was zo moe en ik voelde me zo eenzaam dat ik het eruit flapte: 'Ik ben gevlucht'. En net toen ik op het punt stond die wildvreemde vrouw daar in het Vrouwenhuis te vertellen wat er thuis gebeurde, klonk er een barse stem. 'Zeg, ik ben hier bezig met een radio-opname. Kan het wat zachter? Je stoort me!'. Ik draaide me om en keek in het boze en arrogante gezicht van een dame die inmiddels al jaren een beroemdheid is op de Nederlandse televisie en radio. Ik noem haar naam niet want ik weet niet hoe groot haar ego is maar ik probeerde haar nog uit te leggen dat ik echt hulp nodig had en ze bekte me ijskoud af. 'Dat doe je dan maar ergens anders!'. De vrouw naast me lachte schaapachtig en haalde haar schouders op. Ik heb mijn thee laten staan en ik ben naar huis gefietst. Nooit heb ik meer een voet in een Vrouwenhuis gezet.

Ik klapte dicht en begon te huilen. Hij zat naast me en zweeg als het graf. M'n vriendje uit Baambrugge. Lang, mager, blond, 5 jaar ouder dan ik en in mijn ogen ongelooflijk stoer want hij speelde gitaar in een band. Hij schreef liedjes over mij en zei dat hij van me hield en me gelukkig zou maken. Ik was 17, hij 22. We zaten op een bankje in het Oosterpark en ik had hem om hulp gevraagd. 'Ik moet je iets vertellen'. en ik vertelde hem alles, waarop hij tegen me had gezegd: 'Hoer. Je bent gewoon je vaders hoer'. Hij had me beter gewoon tegen de grond kunnen rammen, dan had het minder pijn gedaan. Zijn broer, die aankomend psycholoog was, zei hem: 'Dat meisje heeft problemen. Ze moet in therapie' en zijn ouders adviseerden hem mij onmiddellijk te dumpen want 'Daar komt alleen maar narigheid van'. Uiteindelijk heb ik de verkering verbroken. Hij, zijn ouders noch zijn broer hebben verder niets gedaan met wat ik had verteld.

De conrector was een oude, gezette vrouw met het voorkomen van een heks. Ik mocht haar niet. Ze was ook docente economie en had me openlijk voor schut gezet in de klas toen ik een onvoldoende had voor een proefwerk. Nu zat ze tegenover me in haar kantoortje en keek me streng aan. 'Er zijn klachten over jou binnen gekomen'. Ik wist van niks. 'Het is je houding. Er is iets met jou en de docenten worden er zenuwachtig van'. Ik wist nog steeds van niks. 'Je kunt kiezen. Of je wordt van school gestuurd of je gaat naar de school-psychologe'. Een sprankje hoop deed 'ploink' in mijn buik. 'Ik ga wel praten met die psychologe. Maar ik wil niet dat mijn ouders erachter komen want dan gaan er erge dingen gebeuren. Ze mogen het echt niet weten. U weet niet hoe het bij mij thuis is'. Op een bordje gaf ik het haar, ik deed er zelfs een servetje bij, maar ze ging er niet op in. Het enige wat ze zei was: 'Dat is goed', en hoe verstandig het van me was dat ik meewerkte en toen mocht ik gaan. Ze is er nooit meer op terug gekomen.

Zes maanden ging ik elke 2 weken op woensdagochtend in plaats van gym naar de school-psychologe. Dat ik niet naar gym hoefde was fijn maar het onder dwang moeten praten over mezelf vond ik een verschrikking. Daarbij lukte het de psychologe niet om mijn vertrouwen te winnen en ze was niet slim of ervaren genoeg om door mijn oppervlakkige praatjes heen te prikken. Om haar en school een plezier te doen had ik haar verteld dat mijn ouders van mening waren dat ik gek was (dat werd me tenminste aan de lopende band gezegd) en na 6 maanden gaf ze me een hand en knikte vrolijk: 'Ik heb genoten van onze gesprekken en ik ben tot de conclusie gekomen dat je niet gek bent', waarop ik haar bedankte en me diep teleurgesteld voelde in volwassenen en hulpverleners. Ik heb altijd aardig toneel kunnen spelen maar dat zij, een jeugd-psychologe, er in trapte en niet door had dat er achter dat kwebbelende pubermeisje een angstig kind schuilging wat niet de waarheid durfde te vertellen, dat hakte er in bij mij.
 
Ik koos voor het thema 'Taboes' en begon te schrijven. Schriftelijk eindexamen Nederlands en ik wilde puntjes, aandacht en hulp scoren. Mijn hand trilde toen ik aan de eerste zin begon van mijn opstel over een meisje dat schriftelijk eindexamen Nederlands deed en voor het thema 'Taboes' koos omdat zij puntjes, aandacht en hulp wilde scoren. Ik schreef over haar vader en haar moeder, over de mishandelingen en het sexueel misbruik en over de dagelijkse strijd die zij moest leveren. Ik schreef over het verdriet, de pijn, de eenzaamheid, het moeten doen alsof, de schaamte. Expres gaf ik haar geen naam omdat ik niet alleen over mezelf schreef maar ook namens alle andere tot zwijgen gedwongen slachtoffers van kindermishandeling. Mijn hand trilde ook toen ik het opstel inleverde, mijn geheim in zwarte inkt op witte A4-tjes. Ik kreeg een 10. Een dikke, vette 10, waar ik natuurlijk blij mee was maar verder gebeurde er niets. Ik had aan de bel getrokken maar niemand had het geluid herkend. Puntjes had ik ermee gescoord maar mijn roep om aandacht en hulp was tevergeefs geweest.
 
Een slachtoffer ben ik niet meer. En ik heb al gezegd, ik wil geen medelijden. Ik loop niet meer rond met een geheim en mijn schaamte ben ik kwijt. Boosheid en verdriet om het uitblijven van hulp destijds heb ik nog wel, ook al is het zo lang geleden, maar waar ik met name nog steeds mee struggle is vertrouwen. Ik durf niet en moet zoveel overwinnen voor ik me echt veilig voel bij iemand. Waar mijn ouders de boel al kapot hadden geslagen werd er door mensen uit mijn omgeving nog eens fijntjes overheen gestampt tot er van vertrouwen niet meer over was dan een hoopje scherven en hoewel ik al een heel eind ben gekomen weet ik niet of het me ooit gaat lukken om de angst om verraden en in de steek gelaten te worden, kwijt te raken. Mijn S.O.S. is nooit (h)erkend en serieus genomen. Begrijp je wat ik je probeer te zeggen?





woensdag 6 maart 2013

Gerechtigheid

Robert M. is weer in het nieuws. Ik volg het maar niet intensief want de man krijgt al genoeg aandacht. En natuurlijk ligt het gevoelig bij mij. Tien jaar mishandeling waaronder acht jaar sexueel misbruik heeft sporen achter gelaten. Ik was een kind. Lang geleden denderde er een tank door de straatjes van mijn ziel en het is me niet gelukt om alles weer in de oude staat terug te brengen. Dat gaat me ook niet lukken. Teveel beschadigingen aan het wegdek. Kuilen en hobbels die niet meer te fiksen zijn, scheurtjes die ik niet kan dichten.  Sexueel misbruikt worden is godzijdank iets wat de meeste mensen zich niet kunnen voorstellen. Wat ik me vooral kan herinneren is de angst. Angst voor iets waar ik niet aan kon ontsnappen. Het was een angst die ik leerde te accepteren. Ik stapte in de trein richting Overlevingsland, wat een eenzame, koude klote reis is. Je bereikt alleen je eindlocatie als je bepaalde stukjes van jezelf uitschakelt. Geen moment ben je veilig dus je wordt alert, op het paranoide af soms. Ik lag tot diep in de nacht te luisteren of ik iets hoorde wat er op wees dat de vijand eraan kwam. Ik leerde zijn lichaamstaal te lezen zodat ik niet in een hinderlaag zou lopen maar altijd wist wanneer hij ging aanvallen. Ik moest me kunnen voorbereiden, wat inhield dat ik emotioneel de boel plat moest leggen. 'Niets voelen, niets voelen, niets voelen'. Ik blufte als een motherfucker. 'Het doet me niks, het doet me niks, het doet me niks'. Het werd een automatisme wat in werking tradt zodra ik thuis kwam. Altijd voorbereid. Altijd op mijn hoede. Nooit ontspannen. Oorlog. Thuis was geen veilige haven maar vijandig grondgebied. Op geen enkele deur in huis mocht een slot dus zelfs op de plee liet ik mijn waakzaamheid niet los. Je hoeft geen psycholoog te zijn om te kunnen begrijpen dat jarenlang 24/7 in angst leven een pittig trauma oplevert. Hallo, ik ben Yvonne en ik ben getraumatiseerd is een statement dat niemand zal verbazen. Restjes angst liggen als kleine plasjes in de gaten in het wegdek in de straatjes van mijn ziel. Ik zeg het niet graag want het klinkt zo dramatisch maar ik ben getekend voor het leven. Sexueel misbruikt worden als kind tekent je voor de rest van je verdere leven.
 
Over Robert M. wil ik niet praten. Die lul verdient mijn tijd en aandacht niet. Wat me wel bezig houdt zijn de reacties van mensen. Om mij heen roepen mensen dat Robert M. moet boeten en het is mij opgevallen dat met 'boeten' meestal bedoeld wordt dat hij onder middeleeuwse omstandigheden gruwelijk en wreed aan zijn einde moet komen. Men wenst hem een pijnlijke en langzame dood, dingen worden geroepen over martelen en castreren, en natuurlijk doet het me goed dat zoveel mensen zo heftig reageren. De woede en afschuw van de samenleving voelt als een erkenning van mijn verleden en mijn litttekens. Maar ik zal je wat vertellen. De persoon die mij acht jaar lang heeft misbruikt is uiteindelijk een pijnlijke dood gestorven, eenzaam en alleen in een ziekenhuis, bijna blind, met een lichaam dat helemaal was opgevreten door kanker. Voel ik mij daardoor beter? Nee. Ik ben blij dat hij dood is en het feit dat hij in zijn eentje stierf zie ik als een vorm van gerechtigheid. Maar de kanker die hem sloopte, de pijnen, het fysieke leed, dat had niet gehoeven. Ik ben geen barbaar. Martelingen en ook de doodstraf beschouw ik als barbaars en onmenselijk. Ik ben geen pacifist, als mijn dierbaren of ikzelf in levensgevaar zouden zijn zou ik niet aarzelen om geweld te gebruiken en desnoods te doden, want ik geloof wel in (zelf)verdediging en bescherming. Maar mezelf verlagen tot het niveau van een sexual preditor, een praktizerend pedofiel, een verkrachter, een child molester? Nee. Nooit. Ik ben beter dan dat. Ik ben een goed mens en dat wil ik niet kwijt. Verder maakt het wat het verwerken van mijn jeugd betreft geen moer uit dat de dader zoveel fysieke pijn heeft geleden. Het doet helemaal niets af aan wat er allemaal met me is gedaan en aan de gevolgen die het voor mij had en heeft. Het maakt het niet minder, het maakt het niet makkelijker, het maakt het niet beter. De fysieke pijnen, het lichamelijke leed van de dader betekende niets voor mij. Ik voelde geen voldoening en ik beschouwde het niet als een terechte straf of als compensatie voor al het leed dat hij mij had aangedaan. Er bestaat geen compensatie voor sexueel misbruikt zijn. Er bestaat geen terechte straf voor sexueel misbruik. Oog om oog, tand om tand is zinloos.
 
Die beschadigde straatjes van mijn ziel, daar bloeien trouwens ook bloemen tegenwoordig. Er is onkruid gaan groeien in de scheuren en tussen de losse stenen en met het onkruid kwamen ook vlinders en lieveheersbeestjes en bijtjes en dikke hommels. Er is kleur, er is leven, en die straatjes hebben hun eigen karakter gekregen. Ik kan de boel niet fiksen maar dat hoeft ook eigenlijk niet. Ik ben geen slachtoffer meer, al heel lang niet meer. Ik ben getekend. En 32 jaar na het stoppen van al die ellende in mijn jeugd heb ik het recht verdiend om te stellen dat ik een prachtig kunstwerk ben geworden. Laat die dader van mij dat maar in zijn dooie reet steken.  Ik heb gewonnen!

woensdag 30 januari 2013

Voor N.

Ze is mooi en ik vermoed dat ze met het ouder worden alleen maar mooier gaat worden. Een prachtig meisje van 19 waarvan slechts een paar mensen weten dat ze een groot geheim heeft. Aan de buitenkant is ogenschijnlijk niets aan de hand. Je ziet niets. Maar dit meisje wordt mishandeld. Door haar ouders. Terwijl ik dit schrijf hoop ik dat ze inmiddels haar ouderlijk huis heeft verlaten. Weg uit die onveilige en ziekmakende omgeving. Het is nog niet zo lang geleden dat ze voor het eerst met iemand praatte over de mishandelingen. Jarenlang heeft ze alles geheim gehouden. Het is het soort geheim dat niemand ooit met zich mee zou hoeven dragen, een geheim dat thuis hoort in het riool, tussen de drek en de vuiligheid. Naast het geweld dat ze ondervindt is ze gedwongen om een rol te spelen, een masker te dragen voor de buitenwereld. Jezelf zijn is onmogelijk, wanneer je zoiets traumatiserends verborgen moet houden. Het vreet energie, het geeft veel stress en emotioneel kom je op een onbewoond eiland te zitten. Zo te moeten leven is een (onbewuste) keuze die is gebaseerd is op angst. Angst voor de gevolgen als je je mond open doet. Angst voor repercussies. Angst om alles te verliezen. Ook een kind wat mishandeld en/of misbruikt wordt door één of beide ouders houdt van haar of zijn ouder(s). De liefde, de loyaliteit van een kind kent nog geen voorwaarden. Een kind stelt nog geen grenzen. Het laatste wat een jong kind wil is mama of papa pijn doen en misschien wel helemaal kwijtraken. Die angst wordt vaak gevoed door de dader(s). Het is als een langzaam werkend vergif, wat uiteindelijk zelfs dénken aan iemand in vertrouwen nemen lam legt en uitschakelt. Je zwijgt. En zolang je zwijgt sta je er helemaal alleen voor.

Ik vind het ontzettend dapper van dat meissie dat ze is gaan praten. En ik ben zo blij voor haar dat ze mensen om zich heen heeft die ze dus zo vertrouwt dat ze hen haar geheim heeft verteld. Ze is moedig en sterk. Niet alleen omdat ze is gaan praten. Ook omdat ze jaar in, jaar uit de moed en de kracht had om door te blijven gaan met overleven. Kindermishandeling, in welke vorm dan ook, steelt van een kind. Het steelt onschuld, vertrouwen, respect, liefde, plezier, blijheid. Het steelt het leven van een kind en geeft er overleven voor terug. Maar een kind heeft de kracht van een leger krijgers.

Ik was niet dom. Ik wist dat het fout was. Dat het niet hoorde. Ik wist dat het slecht was. Hij had het me zelf duidelijk gemaakt. 'Als je dit aan iemand vertelt gaan je moeder en ik de gevangenis in en jij zult je zusje en broertje nooit meer zien want jullie komen gescheiden van elkaar in tehuizen'. Ik had meteen mijn conclusie getrokken. Wat bij ons thuis gebeurde, deugde niet. Toch duurde het tot mijn 16de voordat ik er met iemand over durfde te praten. Een vriendinnetje. Ze vond het heel erg maar wist niet wat ze kon doen. Haar vader sloeg haar moeder twee keer in de week in elkaar. Wat kon ze doen? Ze was net zo eenzaam als ik. En net zo bang.

Kindermishandeling draait om macht. Ook sexueel misbruik van kinderen. Een ouder heeft de macht om een kind te dwingen een deel van zichzelf aan de kant te schuiven. Zolang je met een dergelijk geheim blijft rondlopen kun je niet jezelf zijn, kun je niet open gaan en opbloeien. Je hebt een mond, de woorden hangen in de lucht, je hoeft ze alleen maar te plukken en uit te spreken. Was het maar zo simpel. Ging het maar zo eenvoudig. Oh, de liefde en loyaliteit van een kind... Onvoorwaardelijk. Kindermishandeling is een zonde, één van de ergste zonden die er bestaan. In 2010 werden alleen al in Nederland 180.000 gevallen van mishandeling bij kinderen tussen de 0-18 jaar gerapporteerd (bron: Nederlands Jeugd Instituut)



Ik ken een hoop survivors van kindermishandeling/sexueel misbruik. Dat maakt verdrietig en boos, hoe trots ik ook op die mensen kan zijn. Elke survivor is er één teveel. Want elke survivor is ooit slachtoffer geweest. Als mens maar helemaal als moeder kan ik mij niet voorstellen dat je je kind gaat mishandelen. Zo afhankelijk van jouw liefde, bescherming en verzorging, hoe kun je het in je hoofd halen om je kind zo te kwetsen en te beschadigen? Ik weet dat de daders in de meeste gevallen zelf met mishandeling te maken hebben gehad. Ze zijn zelf mishandeld of ze zijn er getuige van geweest. Voor mij is dat geen excuus en het mag ook nooit als excuus gebruikt worden. Mijn jeugd heeft me juist gemotiveerd om een goede moeder te zijn. Ik wist hoe het niet hoorde, ik wist dat het anders moest en zo heb ik het gedaan. Voor mezelf heb ik me nooit geschaamd. Wel voor mijn ouders. Toen ik een jaar of 20 was ben ik uit de kast gekomen. Er waren wel wat mensen die mijn achtergrond kenden (Moos natuurlijk ook) maar tijdens een intiem feestje met goede vrienden en vriendinnen ben ik pas echt in de openbaarheid getreden. Toen ik was uitgesproken werd het stil. Ik had nooit iets gezegd om mezelf te beschermen, mijn zusje en broertje, maar ook mijn ouders. Niemand wil een kind zijn dat mishandeld wordt en niemand wil ouders die mishandelen. Daar voor uit komen is een gigantisch belangrijke maar ook zeer moeilijke stap. Als ik had verteld dat mijn ouders drugs dealers waren, zouden de reacties minder geshockeerd zijn geweest.

Het verhaal van dat mooie 19-jarige meisje heeft voor mij een extra lading. Ik ken haar moeder. Ik zag haar moeder als een engel, pure goedheid. Dat was het beeld wat ik van haar had, jarenlang. Ik heb haar vertrouwd, ik geloofde haar, ik beschouwde haar als een autoriteit, ik had zoveel respect voor die vrouw. Dat hele plaatje is nu verwoest. Ik kan het maar niet begrijpen. De vrouw die ik kende als zachtaardig, liefhebbend en integer blijkt helemaal niet te bestaan. Ze is geen engel. Engelen plegen geen zonden. De dochter zelf ken ik nauwelijks. Maar dat hoeft ook niet. Mijn betrokkenheid bij elk kind wat mishandeld wordt is net zo vanzelfsprekend als de liefde van een kind voor vader en/of moeder. Ik hoop dat ze het gaat redden, dat mooie meisje met haar mooie ogen. Ik hoop dat ze zich realiseert hoe sterk ze is, dat ze zich niet voor zichzelf schaamt en dat ze de moed zal vinden om de cirkel te doorbreken. Kindermishandeling moet stoppen. 180.000 slachtoffers zijn er 180.000 te veel en die cijfers geven lang niet het totale aantal gevallen van kindermishandeling weer. Het is een kwaad dat de wereld uit moet. Stel je voor, drie Arena's tot de nok toe gevuld met getraumatiseerde kinderen. Wanneer houdt het nou eindelijk eens op?