Posts tonen met het label schaamte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schaamte. Alle posts tonen

maandag 12 augustus 2013

Voedselbank

Met haar mooie amandelvormige bruine ogen keek ze me een beetje verdrietig aan. "Ik weet dat je het niet wilt. Maar ik raad het je toch dringend aan, Yvonne". Ik zuchtte. En ik zuchtte nog een keer. "Ik weet dat je gelijk hebt. Ik loop het al een tijdje uit te stellen. Maar ik vind het zó erg. Ik wil niet zo iemand zijn". Khadija schoof de box met tissues wat dichterbij. Verdomme, begon ik nog te huilen ook. "Je hoeft je nergens voor te schamen. Het is geen schande om hulp te accepteren. En ik wil je niet onder druk zetten want ik weet dat je daar niet van houdt maar je hebt écht hulp nodig. Het is jouw beslissing, niemand kan je dwingen maar doe het nou maar, Yvonne. Je kunt er altijd mee stoppen". Ik snoot mijn neus, nam een slok thee en besloot mijn trots en schaamte opzij te zetten. Wat ik moeilijk vond omdat mijn trots het enige was wat ik nog had maar soms moet je wel. Schijtzooi. "Oke. Je hebt gelijk. Ik weet het. Doe maar. Bel ze maar".
 
Drie jaar lang. Eerst op woensdag, daarna op donderdag. Week in, week uit. En ik vond het verschrikkelijk. Ik raakte er maar niet aan gewend. Af en toe vroeg ik me af of ik niet gewoon de arrogante tuthola liep uit te hangen maar dat was niet de reden waarom ik er zoveel moeite mee had. Het stond me echt tégen. Ik hoorde daar écht niet. En dat kon ik niet van me afzetten. Het was niet alleen een idee, een gedachte. Ik voelde het, van binnen in m'n lijf, een grote weerzin, een akeligheid waar ik maar niet vanaf kwam. Ik weet van mezelf dat ik trots ben. Soms een tikkeltje te trots misschien maar dat vind ik moeilijk om zelf in te schatten en ik zal het waarschijnlijk ontkennen als je me te trots zou noemen. Maar het ging dieper dan een gekrenkte trots. Het was meer. Ik deed wat ik moest doen. Maar elke keer huilde ik na afloop, thuis, terwijl ik me afvroeg waar ik in godesnaam mee bezig was.
 
Er liep van alles rond. Eén grote  kleurrijke samenkomst van verschillende culturen, religies, achtergronden, huidskleuren, leeftijden, noem maar op. Toch was ik er een vreemde eend in de bijt. Er was afstand tussen mij en de anderen, zo'n afstand die zich uit in korte, ongemakkelijke gesprekjes die nergens naar toe gaan, vragen die niet gesteld worden en bijna zichtbaar in de lucht blijven hangen, nerveuze grapjes en onderzoekende blikken. Dat gaf aan de ene kant hetzelfde ongemakkelijke gevoel wat ik had op de middelbare school maar aan de andere kant vond ik het prima zo. Ik kwam er niet om vrienden te maken dus ik bleef nooit hangen. Koffie, een koekje en kletsen achteraf, daar deed ik niet aan. Ik kwam, ik deed mijn ding en ik ging weg. Er was geen aansluiting, ik bleef op mezelf en ik vond dat wel best zo. Er ontstonden vaste clubjes maar ik hoorde bij het clubje loslopend anders en ik ben me blijven verbazen over de lol die die mensen met elkaar hadden, alsof ze op schoolreisje waren, luide, drukke pret, met veel grappen, slap geouwehoer en geroddel. Zelfs het klagen gebeurde met plezier, serieus, en er werd wat af geklaagd. Dat speelde ook mee. Ik had geen geduld met de klagers. Het kon me geen reet schelen dat Gerda's goudvis was gestorven en bovendien leek het me alsof Bluppie elke week opnieuw dood in zijn kom werd gevonden want Gerda deed graag aan herhalen. En ik had niks met Karel die iedere week met een luidkeels verkondigde update over de toestand van de schroeven in zijn kapotte knie kwam aanzetten of met Sofietje's neverending struggles met haar dominante schoonmoeder. Ik had er geen geduld voor.
 
Eerst moet je worden aangemeld. Dit kun je niet zelf doen maar moet gebeuren door bijvoorbeeld iemand van maatschappelijk werk. Dan volgt een intake-gesprek en een screening want pas wanneer je voldoet aan alle voorwaarden mag je jezelf cliënt van de voedselbank noemen. Welke criteria dat zijn kun je vinden op http://www.voedselbankennederland.nl/ Hoe groot het pakket is wat je wekelijks krijgt is niet constant en hangt af van de grootte van je huishouden maar ook van de bedrijven en particulieren die zo vriendelijk zijn producten te doneren. Ook de samenstelling van het voedselpakket varieert van week tot week. Ik ging naar het uitgiftepunt Amsterdam Zuid, wat eerst in de Vredeskerk zat maar op verzoek van de kerkgemeente die blijkbaar ontzettend veel last had van die arme sloebers die 1x in de week bij de ingang van de kerk hun pakketjes kwamen halen verhuisde het uitgiftepunt en moest ik daarna in de Lutmastraat zijn, op een treurige binnenplaats, waar de pakketten in een koude, onverwarmde, tochtige en lekkende schuur op de cliënten lagen te wachten. Ik had zoveel respect voor de vrijwilligers die daar midden in de winter in de vrieskou met blauwe vingers en bevroren voeten hun werk deden en toch vriendelijk, respectvol en geduldig wisten te blijven. Niets dan lof voor de mensen van de voedselbank heb ik. Waar ik nauwelijks contact had met mijn mede cliënten, raakte ik regelmatig in gesprek met de vrijwilligers, met name met het opperhoofd van het uitgiftepunt, een kleine, gezette, wat oudere man met de inzet en vasthoudendheid van een pitbull on a mission. Het was een goede kerel, die me vertelde over de frustraties, de woede en de onmacht die hij voelde en over zijn strijd tegen de steeds erger wordende armoede in Nederland. Kwam ik niet opdagen en was ik vergeten af te bellen, dan belde hij me. "Yvonne, we hebben je gemist vandaag. Is alles in orde? Ik controleer je niet, ik maak me alleen een beetje zorgen want het is niets voor jou om zomaar weg te blijven", als een papa, waardoor ik tranen in m'n ogen kreeg.  
 
Er bestaan een heleboel vooroordelen over cliënten van de voedselbank. Die vooroordelen had ik ook. Wist ik veel. Maar dan ineens gaat je man dood en blijf je achter met grote schulden die alleen maar groter en groter worden omdat je niet alleen je man kwijt bent maar ook 2/3 van je inkomen. Ik raakte in een neerwaartse spiraal, ik werd opgezogen door het zwarte gat van schulden en armoede, zoals iedereen kan overkomen, ook jou en jou en jou. Denk niet dat je veilig bent voor het onverwachte. Maak niet de vergissing door te denken dat elke dikke bult vanzelfsprekend altijd eigen schuld is. Niemand kiest ervoor om zo arm te zijn dat je geen geld hebt om eten te kopen. En niet iedereen die cliënt is van de voedselbank heeft weinig scholing. Ook hoger opgeleiden kunnen terecht komen bij de voedselbank. Ik botste er tegen een vrouw aan die ik ooit had gekend als operazangeres en professioneel docente zang en ik ruilde met een voormalig ingenieur mijn witlof voor een extra brood. Had je niet gedacht, hè? Natuurlijk lopen er ook asociale tokkies, Amsterdams white trash, ongeschoolde bijstandmoeders van Arabische afkomst, berooide uit Afrika gevluchte gezinnen en reintegrerend ex-gedetineerd manvolk rond, precies zoals veel mensen verwachten aan te treffen bij de voedselbank. Maar gedwongen moeten leven van een budget zo klein dat het niet eens meer een budget genoemd kan worden, dat lot kan iedereen treffen. Kijk maar naar mij.
 
Vernederend. Zo heb ik het ervaren. Ondanks het respectvolle gedrag van de vrijwilligers. Ondanks dat ik de noodzaak in zag van die wekelijkse bezoekjes. En ondanks het feit dat er elke week zo'n 1100 voedselpakketten verstrekt worden in Amsterdam. Ik vond het vernederend en heb het heel lang verborgen gehouden voor mijn omgeving omdat ik me schaamde. Dat ging niet over, dat werd niet minder, dat bleef zo, vanaf de allereerste keer dat ik de producten uit de voor mij bestemde krat haalde en in mijn eigen tassen stopte. Liefdadigheid en ik kunnen het niet goed vinden met elkaar. Ik vond het vreselijk om mijn handje op te moeten houden voor eten. Bovendien zat daar de hele tijd dat stemmetje in mijn hoofd: "Hoe is dit mogelijk? Hoe kan het dat in een land als Nederland iedere week opnieuw zoveel mensen netjes in de rij wachten op gratis voedsel, omdat ze anders honger hebben?", en ik heb tot op heden geen bevredigend antwoord op die vraag gekregen. Het gaat ietsje beter nu met me, financieel, dankzij de steun van een paar hele lieve mensen om me heen (want de overheid laat het afweten en doet er niets aan om de situatie te verbeteren voor mensen met een zeer laag inkomen) en honger heb ik niet meer gehad. Maar nog steeds wanneer ik langs het uitgiftepunt in de Lutmastraat loop voel ik het in me buik. Ik zal die 3 jaar nooit vergeten.
 
 
 
 
 
 

dinsdag 9 juli 2013

S.O.S.

Medelijden hoef ik niet. Ik ben geen slachtoffer meer. Maar ik hoop dat je na het lezen van mijn blog begrijpt hoe belangrijk het is om een S.O.S. te (h)erkennen en serieus te nemen.
 
'Ik stuur mijn broer op hem af. Hij maakt hem dood', zei hij tegen me terwijl hij nog een trekje van zijn joint nam. Maar dat wilde ik niet. 'Ik wil alleen maar dat het stopt', maar hij wilde niet luisteren. Ik was zijn meisje en hij zou me beschermen. Een jaar of 16 was ik en hij was 18. De grootste stoner van de school. Lang donker haar, een scharrig baardje en alles aan hem rook naar wiet. 'Hier ben je veilig', en dus was ik naar hem toegegaan, die ene keer dat ik wegliep van huis. Diezelfde avond smeekte hij me alsjeblieft met mijn vader, die zwaaiend met een groot vleesmes iedereen dreigde neer te steken, mee naar huis te gaan. Zijn broer bleek in het buitenland te wonen en zijn ouders verscholen zich jammerend achter de keukentafel. 'Ga met hem mee! Kijk wat je ons aandoet!', terwijl ik aan mijn haren werd meegesleurd, bont en blauw geslagen, mijn bloes kapot gescheurd. Er werd geen politie ingeschakeld, de kinderbescherming werd niet gebeld, niks. De volgende dag en alle dagen daarna, tot hij van school af ging, sprak mijn door de mand gevallen held niet meer tegen me. Zo ook alle anders stoners op school. 'Die meid is geschift en haar vader ook'. Ik schaamde me diep.

Je had het grote Vrouwenhuis op de Nieuwe Herengracht maar er zat er ook eentje, een kleinere, op de Albert Cuyp. Daar zat ik op een avond met een kop thee. Even bij komen, even adem halen, even veilig zijn. Hoe oud zou ik zijn geweest? Een jaar of 17? Een vrouw was naast me komen zitten en had me gevraagd wat zo'n jonkie als ik kwam doen. Ik was zo moe en ik voelde me zo eenzaam dat ik het eruit flapte: 'Ik ben gevlucht'. En net toen ik op het punt stond die wildvreemde vrouw daar in het Vrouwenhuis te vertellen wat er thuis gebeurde, klonk er een barse stem. 'Zeg, ik ben hier bezig met een radio-opname. Kan het wat zachter? Je stoort me!'. Ik draaide me om en keek in het boze en arrogante gezicht van een dame die inmiddels al jaren een beroemdheid is op de Nederlandse televisie en radio. Ik noem haar naam niet want ik weet niet hoe groot haar ego is maar ik probeerde haar nog uit te leggen dat ik echt hulp nodig had en ze bekte me ijskoud af. 'Dat doe je dan maar ergens anders!'. De vrouw naast me lachte schaapachtig en haalde haar schouders op. Ik heb mijn thee laten staan en ik ben naar huis gefietst. Nooit heb ik meer een voet in een Vrouwenhuis gezet.

Ik klapte dicht en begon te huilen. Hij zat naast me en zweeg als het graf. M'n vriendje uit Baambrugge. Lang, mager, blond, 5 jaar ouder dan ik en in mijn ogen ongelooflijk stoer want hij speelde gitaar in een band. Hij schreef liedjes over mij en zei dat hij van me hield en me gelukkig zou maken. Ik was 17, hij 22. We zaten op een bankje in het Oosterpark en ik had hem om hulp gevraagd. 'Ik moet je iets vertellen'. en ik vertelde hem alles, waarop hij tegen me had gezegd: 'Hoer. Je bent gewoon je vaders hoer'. Hij had me beter gewoon tegen de grond kunnen rammen, dan had het minder pijn gedaan. Zijn broer, die aankomend psycholoog was, zei hem: 'Dat meisje heeft problemen. Ze moet in therapie' en zijn ouders adviseerden hem mij onmiddellijk te dumpen want 'Daar komt alleen maar narigheid van'. Uiteindelijk heb ik de verkering verbroken. Hij, zijn ouders noch zijn broer hebben verder niets gedaan met wat ik had verteld.

De conrector was een oude, gezette vrouw met het voorkomen van een heks. Ik mocht haar niet. Ze was ook docente economie en had me openlijk voor schut gezet in de klas toen ik een onvoldoende had voor een proefwerk. Nu zat ze tegenover me in haar kantoortje en keek me streng aan. 'Er zijn klachten over jou binnen gekomen'. Ik wist van niks. 'Het is je houding. Er is iets met jou en de docenten worden er zenuwachtig van'. Ik wist nog steeds van niks. 'Je kunt kiezen. Of je wordt van school gestuurd of je gaat naar de school-psychologe'. Een sprankje hoop deed 'ploink' in mijn buik. 'Ik ga wel praten met die psychologe. Maar ik wil niet dat mijn ouders erachter komen want dan gaan er erge dingen gebeuren. Ze mogen het echt niet weten. U weet niet hoe het bij mij thuis is'. Op een bordje gaf ik het haar, ik deed er zelfs een servetje bij, maar ze ging er niet op in. Het enige wat ze zei was: 'Dat is goed', en hoe verstandig het van me was dat ik meewerkte en toen mocht ik gaan. Ze is er nooit meer op terug gekomen.

Zes maanden ging ik elke 2 weken op woensdagochtend in plaats van gym naar de school-psychologe. Dat ik niet naar gym hoefde was fijn maar het onder dwang moeten praten over mezelf vond ik een verschrikking. Daarbij lukte het de psychologe niet om mijn vertrouwen te winnen en ze was niet slim of ervaren genoeg om door mijn oppervlakkige praatjes heen te prikken. Om haar en school een plezier te doen had ik haar verteld dat mijn ouders van mening waren dat ik gek was (dat werd me tenminste aan de lopende band gezegd) en na 6 maanden gaf ze me een hand en knikte vrolijk: 'Ik heb genoten van onze gesprekken en ik ben tot de conclusie gekomen dat je niet gek bent', waarop ik haar bedankte en me diep teleurgesteld voelde in volwassenen en hulpverleners. Ik heb altijd aardig toneel kunnen spelen maar dat zij, een jeugd-psychologe, er in trapte en niet door had dat er achter dat kwebbelende pubermeisje een angstig kind schuilging wat niet de waarheid durfde te vertellen, dat hakte er in bij mij.
 
Ik koos voor het thema 'Taboes' en begon te schrijven. Schriftelijk eindexamen Nederlands en ik wilde puntjes, aandacht en hulp scoren. Mijn hand trilde toen ik aan de eerste zin begon van mijn opstel over een meisje dat schriftelijk eindexamen Nederlands deed en voor het thema 'Taboes' koos omdat zij puntjes, aandacht en hulp wilde scoren. Ik schreef over haar vader en haar moeder, over de mishandelingen en het sexueel misbruik en over de dagelijkse strijd die zij moest leveren. Ik schreef over het verdriet, de pijn, de eenzaamheid, het moeten doen alsof, de schaamte. Expres gaf ik haar geen naam omdat ik niet alleen over mezelf schreef maar ook namens alle andere tot zwijgen gedwongen slachtoffers van kindermishandeling. Mijn hand trilde ook toen ik het opstel inleverde, mijn geheim in zwarte inkt op witte A4-tjes. Ik kreeg een 10. Een dikke, vette 10, waar ik natuurlijk blij mee was maar verder gebeurde er niets. Ik had aan de bel getrokken maar niemand had het geluid herkend. Puntjes had ik ermee gescoord maar mijn roep om aandacht en hulp was tevergeefs geweest.
 
Een slachtoffer ben ik niet meer. En ik heb al gezegd, ik wil geen medelijden. Ik loop niet meer rond met een geheim en mijn schaamte ben ik kwijt. Boosheid en verdriet om het uitblijven van hulp destijds heb ik nog wel, ook al is het zo lang geleden, maar waar ik met name nog steeds mee struggle is vertrouwen. Ik durf niet en moet zoveel overwinnen voor ik me echt veilig voel bij iemand. Waar mijn ouders de boel al kapot hadden geslagen werd er door mensen uit mijn omgeving nog eens fijntjes overheen gestampt tot er van vertrouwen niet meer over was dan een hoopje scherven en hoewel ik al een heel eind ben gekomen weet ik niet of het me ooit gaat lukken om de angst om verraden en in de steek gelaten te worden, kwijt te raken. Mijn S.O.S. is nooit (h)erkend en serieus genomen. Begrijp je wat ik je probeer te zeggen?