Posts tonen met het label Winston. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Winston. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2013

Niggaz Bleed

"Niggaz bleed just like us
Picture me bein scared
Of a nigga that breathe the same air as me
Niggaz bleed just like us
Picture me bein shook
We can both pull burners, make the motherfuckin beef cook
Niggaz bleed just like us
Picture a nigga high
Then my life in that man hands, while he just decidin
Niggaz bleed just like us
I'd rather go toe to toe with all of y'all
Runnin ain't in my protocol"
 
Dit is niet mijn verhaal en waarschijnlijk het jouwe ook niet. We zijn allemaal anders maar sommige verhalen delen we met elkaar. Details kunnen verschillen en de manier waarop we ooit het verhaal beleefd hebben is voor ieder mens anders maar de rode draad blijft hetzelfde. Er zijn ook verhalen die minder herkenbaar zijn en die door weinig mensen gedeeld worden. Dit is zo'n verhaal. Niet het mijne, niet het jouwe, maar het zijne.
 
"Ki konjo bo ta wak, swa?", provocerend, en twee paar donkere ogen keken elkaar aan. De Antilliaan met de grote bek wist niet van het vuur in de rustige, stille Surinamer voor hem. Winston, opgegroeid tussen de karus, spreekt vloeiend Papiamento en herkende de beledigende betekenis van dat korte zinnetje. Het hing al maanden in de lucht. Een dreigende spanning. Hij zou hem gaan steken, had hij eerder tegen Winston gezegd. Steken. "Waarom hij me altijd vies aankeek? Hij was een hater, schat. I sabi toch?'. Blaffende honden bijten niet, zeggen ze, maar deze Antilliaanse hond was niet van plan om het bij alleen een beetje blaffen te houden. Er gingen geruchten over een mes. Winston had ze ook gehoord. En hij van de straat, van het harde leven, van de dood of de gladiolen, wist beter dan die geruchten niet serieus te nemen.
 
Het leverde Winston 14 dagen iso op, waarvan hij er 10 ook werkelijk in de isolatie-cel doorbracht. Hij had ze gewaarschuwd, de bewakers, het hoofd van de afdeling H. Hij had het gedrag van de swa gemeld en gevraagd om maatregelen. "Ik ken mezelf toch? Ik doe wat ik moet doen, schat, en ik wilde niet mijn programma verpesten". Zijn verblijf in de p.i. Lelystad zat er bijna op. Nog 4 weken en dan zou hij vertrekken naar Heerhugowaard. Van een gesloten inrichting zou hij naar een open inrichting verhuizen. Nog een maand en hij zou de volgende fase van het traject in gaan. "Ik was bang. Ik wilde zo graag naar open kamp, daar had ik me op gefocust". Dus was hij de confrontatie uit de weg gegaan, oogcontact had hij vermeden om de boel niet uit de hand te laten lopen en ook had hij diverse keren met het afdelingspersoneel gesproken. "Jullie moeten er iets aan doen. Ik voel me bedreigd. Jullie weten waartoe ik in staat ben. Ik wil het niet verpesten". Begrip hadden ze maar zonder bewijs kon men niets voor hem doen. "Het staat genoteerd. We weten het. Maar zolang hij niets doet, kunnen wij ook niets doen". De Antilliaan stond bekend als een lastpost, een vervelende mannetje en was al een paar keer binnen de gevangenis zelf overgeplaatst. Ze wisten niet meer wat ze hem aan moesten. "Hij speelde gangsta. Een grote bek had hij". Wat doet iemand die zich bedreigd voelt maar geen bescherming vindt bij de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn veiligheid? Die beschermt zichzelf. "Runnin ain't in my protocol" en Winston ging in de aanval.
 
"Als die man daar beneden zo recreatie heeft en ze maken die deur van 'm open, dan ga ik hem pakken". Waarom de bewaker niets deed om hem tegen te houden na deze openlijke aankondiging is net zo opvallend als het feit dat diezelfde bewaker zich omdraaide en wegliep vanaf het moment dat Winston hem aankeek, als laatste waarschuwing, en rustig de trap naar beneden nam terwijl de celdeur van de Antilliaan open ging. Geen achteraf-hoekje, geen stiekem gedoe in de schaduw maar open en bloot wandelde Winston op zijn gemak naar de recreatie-ruimte, waar hij de metalen stang van een fitness-apparaat los klikte en op de tonen van Niggaz Bleed naar zijn nietsvermoedende mede-gedetineerde liep. Gewapend met 20 kilo staal deed een 74 kilo gespierde dagu van de straat wat hij had aangekondigd en begon op de bedreiging in te rammen. "Ik wist wat ik deed. Ik wist de consequenties. Maar ik had schijt. Ik voelde dat ik in mijn recht stond, snap je?" Aan 3 gewelddadige minuten van woede kwam een eind door ingrijpen van het bewakend personeel, onder begeleiding van het alarm en op het ritme van het dichtklappen van de deuren. Piep-piep-piep-klang!, piep-piep-piep-klang! En de geruchten bleken waar. Een mes viel op de grond.
 
Ik ben niet objectief. Ik kan geen zwart/wit oordeel geven. Winston vertelde me zijn verhaal destijds toen we lui en loom op bed lagen, in de herfst van 2007, en hij een voor die tijd zeldzame praatgrage bui had. "Ik ben er niet trots op, schat, maar ik heb ook geen spijt". De stem van The Notorious B.I.G.  klonk op de achtergrond. "Picture me bein scared of a nigga that breathe the same air as me". (Ik was toen nog zo naief. Ik had mijn eigen met sores gevulde leven maar ik wist weinig van andere manieren van overleven.) Hij had het me aarzelend, voorzichtig verteld, nog niet helemaal zeker van zijn vertrouwen in mij. "De bewakers konden niet bij me komen want ik zwaaide met die stang om me heen. Tot ik zag dat ze die swa hadden gepakt en ik die knefi zag. Ik heb die stang neergelegd en heb me vrijwillig over gegeven". Na 10 dagen kwam hij met een beginnende baard uit de iso. Niets anders had hij gedaan dan slapen, eten en push ups. Op de gang had hij de Antilliaan horen jammeren: "Waarom plaatsen jullie me over naar een andere bajes en hem niet?", nadat ook hij uit isolatie was gehaald. Winston mocht in Lelystad blijven. Zo'n 3 weken later vertrok hij richting open kamp. Zijn dossier werd er een stuk grimmiger door en de halve gevangenis wist ineens wie Winston was maar verder kwamen er geen sancties. "Ze zeggen dat die man een gebroken rib had. Ik weet het niet. Maar ik moet hem goed hebben geraakt. Hier, hier sloeg ik hem", en terwijl hij zijn hand op mijn ribben legde, "Die avond kwam wel de trauma-helikopter. Maar schat, echt, ik zal het nooit vergeten. Luister naar deze fatoe. Die bewaker keek me recht in mijn ogen aan. Hij wíst wat ik van plan was. I sabi toch? En hij keek gewoon weg. Hij zag me, en schat, echt, die man keek me aan en hij draaide zich om".

Zoals ik al zei, ik ben niet objectief. Maar het komt niet alleen door de gekleurde glazen waarmee ik naar zijn verhaal kijk dat ik sterk het vermoeden heb dat Winstons actie de mensen in charge van de p.i. helemaal niet slecht uitkwam. Eindelijk waren ze van de Antilliaan af. Het zou zelfs kunnen verklaren waarom die bewaker niet ingreep, maar dat is speculatie. Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat Winston deed wat hij deed. Wat zou ik hebben gedaan? Ik heb geen idee. Hij heeft het beleefd. Zijn verhaal, niet het mijne en niet het jouwe. Een scenario dat ik hopelijk nooit hoef mee te maken. Zou ik het initiatief hebben genomen? De beste verdediging is de aanval? Of zou ik zijn blijven wachten in de hoop dat hij me zou vergeten? Wachtend tot ik misschien gestoken word? Wat zou jij hebben gedaan? Hoe zou jouw verhaal er uit hebben gezien?

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

dinsdag 15 januari 2013

Over winter, liefde en tijd

Midden in de zomer zei hij dat het een strenge winter zou worden. Zo'n winter met flinke vorst, een dik pak sneeuw, een heldere blauwe hemel, de zon die ondanks het jaargetijde er in slaagt om je rode wangen te geven en een kou die overal doorheen gaat. Zo'n winter die je ziet op ansichtkaarten. Hij nam een paar grote slokken. En nog een paar. 'Zullen we wedden? Om een donnie'. Met die valse grijns van 'm keek hij haar over een blikje Grolsch aan. 'Je drinkt je bier alsof het limonade is. En ik wed niet met jou. Vergeet het maar. Ik verlies het toch altijd', schudde ze lachend haar hoofd. 'Geloof me nou, schat, dit gaat een zware winter worden. Ik weet die dingen'. Was zij die weddenschap aan gegaan dan had ze dat tientje verloren. Het werd een zware, strenge winter. Hij wist die dingen.

'Soms is tijd je vriend', dacht ze. Veranderingen vragen tijd. Verlies. Verlies van een dierbare, van een baan, een droom, van een doel, verlies van een leven waar je aan gewend was. Tijd biedt je de mogelijkheid om te wennen, geleidelijk aan, met elke tik van de klok. Tijd is ook je vriend wanneer je aan het knokken bent tegen een ziekte of wanneer je langzaam uit een depressie kruipt. Elke minuut dat het een beetje beter gaat motiveert je om verder te gaan. En zo af en toe kun je terecht komen in situaties waarin tijd je grote vijand is. Ze draaide haar hoofd zo dat ze de klok die achter hem aan de muur hing niet meer kon zien. Ze haatte die klok, dat kille, onverbiddelijke en onvermijdelijke ritme van de wijzers. Nog maar een minuut of tien. Haar wang lag in zijn hand, af en toe streek hij een verdwaalde lok van haar haar terug. Ze mistte hem. Wanneer je iemand mist die niet meer terug komt, heb je geen andere keuze dan te accepteren dat je iemand kwijt bent. En omdat je dat weet, ook al verzet je je ertegen, wordt het makkelijker om de tijd zijn werk te laten doen. Weg betekent in zulke gevallen ook écht weg. Voorgoed volledig verdwenen, in ieder geval in dit leven. Het wordt nooit meer zoals het was. Weg is weg. Maar deze man, die haar net bijna aan het huilen had gebracht door zachtjes in haar oor te zingen, omdat hij wist dat ze dat zo mistte, zijn gezang in huis, deze man was weg maar niet weg. Eén uurtje in de week was hij er wel. Zijn weg zijn was bovendien tijdelijk. Niet voorgoed. En niet volledig. Ze mistte hem met een pijn die haar sterk maakte. De pijn was de prijs die ze bereid was te betalen ter wille van de liefde. Het was het prijskaartje dat ze accepteerde, de nota die ze ondertekende, de rekening die ze betaalde voor de faya lobi die ze voelde voor deze man die weg was maar ook niet. De man die terug zou komen. De man die ze één uurtje per week bij haar had. Tijd was haar vijand tijdens dat ene uurtje. 'Dames en heren, het is helaas tijd om afscheid te nemen'. De duivel zelf had haar niet kwader kunnen maken dan deze bewaarder, deze dienaar van de klok, maar ze beet op haar lip. Het was tijd. Om hen heen werd al uitgebreid afscheid genomen. 'Koulo...', hoorde ze hem zachtjes vloeken. Ze keken elkaar aan. 'Nu moet ik je weer een week missen', zei hij en ze zag het bewijs daarvan in zijn ogen. Ze stonden op en hij nam haar in zijn armen. 'Doe je voorzichtig, schat, onderweg naar die oso? Je mag niet vallen. En ik ken je. Jij bent bruya. Kijk je goed uit, ja, mi gudu?' en hij drukte haar dicht tegen zich aan, nog één kus, nog één kus, nog één kus. 'Tot volgende week. Ik hou van je', zei ze tussen de één na laatste en de laatste kus door. 'Ik hou van jou', zei hij, maar er werd op hem gewacht, ze moest hem daar laten en terwijl ze naar de deur liep, met de smaak van zijn kus op haar lippen, riep hij haar achterna: 'Ik bel je, ja, mop? Later, i sabi, na luchten, oké?'. Tijd had weer gewonnen. Zestig minuten waren voorbij in één hartslag. Ze zag hem gaan, lang, gespierd door het trainen maar mager door het slechte eten en de schuld die hij met zich mee zeulde, weg door die deur met de bewaarders, terug naar zijn cel. Altijd was dat het moment waarop ze besefte dat ze weer een week moest wachten voor ze hem weer zou zien. Hem daar moeten laten deed zeer, elke keer opnieuw, en het zou zeer blijven doen.

Natuurlijk zat hij daar niet zomaar. De rechter had hem niet per ongeluk 18 maanden gegeven, maar het was een flinke straf. Soms doe je iets fout omdat je iets goed wilt doen. Ze keek naar de mensen in de rij met haar, wachtend op haar identiteitsbewijs. Veel vrouwen. Oud, jong, dik, dun. Ze zag dat ze de enige witte vrouw was, maar dat was meestal zo. Een dikke baby op de arm van een jonge Afrikaanse vrouw met hele dikke billen begon te huilen. Het was benauwd, ze hadden de kachel flink hoog gezet. Achter haar hoorde ze een dochter haar moeder vragen over het aanstaande gesprek met de advocaat van papa. Bij de toiletten stonden een paar oude dames van Arabische afkomst te wachten, ze droogden hun verdrietige ogen met kleine zakdoekjes. Afscheid moeten nemen van een dierbare in de gevangenis is veel moeilijker dan de meeste mensen beseffen. Het breekt je hart. Je kunt niets doen, je staat machteloos. Erover praten is ook moeilijk, omdat het principe 'Eigen schuld, dikke bult' blijkbaar ook geldt voor die mensen die er voor kiezen om achter hun gedetineerde man, vriend, broer, zoon of neef te blijven staan. 'Je doet het toch zelf? Je hoeft niet bij die vent te blijven. Hij zit vast. Waarom laat je hem niet gewoon?', en probeer dan maar eens uit te leggen dat het zo niet werkt. In ieder geval niet bij haar. Zij had er voor gekozen om haar man trouw te blijven. All the way. In voor -en tegenspoed. Met haar ID op zak liep ze de trap af, achter een moeizaam lopende Surinamer die voor het eerst bij zijn broertje op bezoek was geweest. Privacy tijdens bezoekuur bestaat niet, je hoort en ziet van alles, van zowel de gedetineerden als hun bezoek, de tranen, het verdriet, de ruzies, de liefde, het lachen samen, de gesprekjes, soms persoonlijk en soms zakelijk.  'Hier houden verschillen op te bestaan. We zitten allemaal in 't zelfde schuitje', dacht ze, terwijl ze beneden stond te wachten tot de deur open ging. Ze had niets in te voeren of mee te nemen dit keer en liep door de detectiepoort naar de kluisjes met persoonlijke eigendommen van de bezoekers. Ze zuchtte. Vest aan, jas aan, dikke sjaal, handschoenen. Klaar om terug naar huis te lopen. En toch niet.

Een sigaretje. Haar mp3 speler liet ze in haar zak zitten. Ze wist dat ze bij elk liedje wat haar aan hem zou doen denken, in huilen zou uitbarsten en daar was het nog te vroeg voor. Ze wilde niet dat hij haar zou zien, in tranen, ploeterend door het dikke pak sneeuw, vanuit het raam van zijn cel op de 5e verdieping van de middelste toren. Hij zou daar staan, zoals elke week, achter zijn raam, achter beton, tralies en prikkeldraad. De zon scheen in haar ogen en ze moest haar ogen afschermen voor het felle licht om hem te kunnen zien in de verte. In haar rug voelde ze de nieuwsgierige blikken van de studenten die in de containerwoningen naast de bajes woonden terwijl ze het besneeuwde en bevroren grasveldje tussen die metalen legoblokken op liep. Altijd hetzelfde liedje. En ze hadden geen idee. Achter zijn raam kon ze hem zien staan. Daar stond hij, haar kerel, die zoveel mensen pissig had gemaakt door met zijn kop op tv te verschijnen. Opsporing verzocht. 'Herkent u deze man of heeft u tips over zijn identiteit of verblijfplaats? Bel dan onderstaand nummer of neem contact op met de lokale politie'. Een medewerker van een uitzendbureau waar hij ooit voor had gewerkt had hem verraden. In de verklaring die ze later had gelezen stond: 'Ik herkende hem meteen. Ik vond hem altijd al verdacht'. Terwijl een paar weken na zijn arrestatie een sms was gekomen met de vraag of hij geïnteresseerd was in een baan. Via dat uitzendbureau. Van dezelfde medewerker. Gedetineerden noemen (langdurig) vastzitten 'branden'. Ze kon niet langs dat uitzendbureau lopen zonder de man in kwestie naar de hel te wensen, in zijn keurige pak, met zijn hypocriete maniertjes, waar hij ook zou branden, met zijn zogenaamde burgerplicht. Op haar gezicht verscheen een brede lach en ze slikte de opkomende tranen weg. Met haar ogen half dicht geknepen tegen het zonlicht zag ze dat haar schatje zijn witte shirt uitgetrokken had en uitgebreid naar haar stond te zwaaien, zijn t-shirt een wapperende witte vlag tegen het donker van de cel achter hem. Zijn chocoladekleurige lichaam was onzichbaar geworden in de schaduw maar ze zag hem wuiven, met dat t-shirt wat ze ooit voor hem gekocht had. Hij deed het voor haar. Uiting geven aan je liefde kan op heel veel manieren. 'Tot volgende week, man van mijn hart!', riep ze, zwaaiend en kushandjes werpend, schijt hebbende aan haar publiek en aan het feit dat de man van haar hart haar niet kon horen. Vanachter diverse andere ramen in de toren werd er terug gezwaaid. 'Keep your head up!'. Ze dwong haar benen te gehoorzamen, draaide zich om en liep met rechte rug, de blikken van de studenten trotserend, richting huis.

Terwijl ze de torens achter haar liet en hij met elke stap die ze nam een beetje verder van haar verdween, sneed de ijskoude wind in haar gezicht. Onder het treinviaduct tussen station Spaklerweg en het Amstelstation hield ze even stil. 'Fuckerdefuckerdefuckshit tering sneeuw!'. Het was geen zelfmedelijden waardoor ze begon te snikken. Het was haar vrije keuze om bij deze man te blijven en die keuze had ze bewust gemaakt. Ze was een volwassen vrouw en ze accepteerde de consequenties van haar keuze. Maar het verdriet en het gemis, wat de eerste paar dagen na het wekelijkse bezoekuur altijd heviger werd, lieten zich voor heel even niet meer onderdrukken. 'Teringkutklotefuckshit kolere winter!'. Ze stak nog een sigaret op en veegde halverwege het roken met haar handschoenen de tranen weg. 'Genoeg nu. Je gaat hier niet staan janken in de vrieskou, als een zielig klein meisje. Je komt eruit te zien als een freakin' panda met je uitgelopen mascara. Je gaat naar huis. Nu'. Adem in, adem uit, nog een paar diepe zuchten, het leven ging door no matter what, en de frustraties trotserend liep ze verder. Het was een winter zoals je ziet op ansichtkaarten. De winter die hij had voorspeld, midden in de zomer.

dinsdag 25 december 2012

Geknetter


Er was eens... Hoeveel verhalen beginnen er niet met 'Er was eens...'? Die drie woorden zeggen onder andere dat het personage waarover het verhaal vertelt, er niet meer is, in ieder geval niet meer in de gedaante/rol/functie die hij of zij had op dat specifieke moment in tijd waarop het verhaal ontstond. Dat is ook nu het geval. De jongen waarover ik wil vertellen hield op te bestaan aan het begin van zijn volwassenheid. Zijn toekomst strekte zich voor hem uit aan zijn voeten, als een ongerept landschap bij zonsopgang. Nieuw, onbekend, vol met kansen en mogelijkheden. Het maakte hem gretig. Hij zou zijn doelen bereiken, hij zou zijn dromen verwezenlijken. Hij zou de man worden die hij wilde zijn. Het enige wat Winston hoefde te doen was een stap voorwaarts nemen in de juiste richting.

Er was eens... Laat ik jullie vertellen over een andere jongen, de bijfiguur in het verhaal die zorgde voor de wending in het leven van de hoofdpersoon. Sneki was degene die hem verleidde, hem overtuigde tot het maken van een keuze, zonder hem van te voren te vertellen wáár hij voor koos en zonder hem te waarschuwen voor de gevolgen. Vertrouwen. Winston vertrouwde hem. Hij respecteerde hem en keek tegen hem op. Zonder het te beseffen was hij op een tweesprong gezet. Aan de ene kant de weg die zou leiden naar het begin van zijn toekomst met al die mooie, jeugdige verwachtingen en aan de andere kant de weg die zou leiden tot het einde van die toekomst. En hij besefte het niet. Op het moment van die cruciale beslissing wist de jongen niet dat hij de verkeerde stap had genomen. "Ik zal je wijzen hoe het moet", werd er tegen hem gezegd, en hij was met Sneki meegelopen, nieuwsgierig gemaakt door iemand die wél precies wist waar hij mee bezig was. Op een beschutte plek, uit het zicht, deed Winston wat aan hem werd uitgelegd. Wanneer je niet weet dat je voor iets kiest, is het dan wel een keuze? Hij nam de keuze om de ander te vertrouwen, onterecht maar oprecht, en gebaseerd op het beeld wat hij had van Sneki. Hij maakte niet de keuze om zijn leven te vergooien. Maar dat gebeurde wel.

Er was eens... Een moeder die haar boi toesprak met de woorden: "Als je hier blijft, ga je verrotten". Het deed hem pijn maar hij bleef. Zij vertrok en hij bleef waar hij was. Later zou Winston tegen mij zeggen: "Ik ben rot van binnen". Hij had haar woorden zo vaak herhaald in zijn hoofd dat hij zichzelf er mee had vervloekt. De woorden waren in zijn geest blijven hangen, waar ze steeds machtiger werden, tot hij ze begon te geloven en de vloek uitkwam: hij was verrot.

Er was eens... Een leuke, gezonde jongeman van 18. Lekker koppie, leuk lichaam, lang, slank, mooie tanden, sprankelende ogen. Altijd goed gekleed en goed verzorgd. Winston had zijn eigen stijl en deed zijn eigen ding en daar was hij goed in. Mensen kénden hem, hij kreeg respect. In de Bijlmer woonde hij, begin jaren '90. Het leven lachte hem toe en hij lachte terug. Op een dag werd hij aangesproken door iemand die hij beschouwde als een vriend. Hij liet zichzelf meenemen naar een portiek in een flat en daar kwam er een einde aan het leven van de jongen zoals hij was, op dat tijdstip, die datum, die plek. Hij heeft me die plek des onheils laten zien, 18 jaar later. "Daar is het allemaal begonnen", wees hij me en ik zag verdriet, maar ook zelfverwijt in zijn ogen, want hij wist inmiddels maar al te goed dat hij destijds, 18 jaar eerder, de foute stap had gezet. Zijn verslaving had hem zijn toekomst gekost. De bori had hem beroofd van zijn dromen en verwachtingen, en zijn leven was een constant gevecht met de duivel geworden. De jongen die hij ooit was was gestorven en hij was niet de man geworden die hij had willen zijn. Hij had gedroomd over een carrière als profvoetballer, want voetballen, dat kon hij goed. "Ik had altijd een bal bij me", zei hij mijmerend, terwijl hij me zijn Bimre liet zien, en het verleden begon te spoken tussen de flats. "Nu ben ik een thug uit de sloot", en hij lachte. Die dag belde hij 's middags al een dealer.

Er is nu... Hoeveel verhalen beginnen er met  'Er is nu...'? Ik ken er niet één. Maar er is nu wel een man die sinds 3 jaar clean is. Winston heeft de duivel overwonnen en de vloek opgeheven. Zijn toekomst is beperkt want de crack heeft hem heel veel gekost, geestelijk, fysiek, financieel, sociaal, en hij moet leven met de gevolgen. De dealer die zich als vriend voordeed is nu een junk en leeft nog steeds in de Bijlmer, voor zolang het duurt, want oud zal Sneki niet worden, tenzij hij stopt met die troep. Karma is een bitch, waar je niet mee moet spotten. Winston is nu 39 en clean, want hij heeft de laatste keer dat hij moest zitten zijn straftijd benut om af te kicken in een kliniek. Eindelijk zette hij de stap voorwaarts in de juiste richting. Een slachtoffer heeft hij zich nooit gevoeld. "Niemand hield een gon tegen m'n hoofd en dwong me te gebruiken. Ik deed het zelf, i sabi toch?". Nu leert hij te leven in plaats van te overleven. En hoewel hij zich schuldig voelt naar de mensen toe die gedurende zijn verslaving door hem zijn gekwetst, gebruikt en teleurgesteld, realiseert hij zich nu dat hij niet rot is van binnen. Zijn toekomst ligt weer open maar het landschap dat zich ontvouwt aan zijn voeten is veranderd, net zoals hij veranderd is. De ongereptheid is verdwenen. Het verleden laat hem niet zomaar los. Iedere keer dat hij in de spiegel kijkt herinnert zijn valse gebitje hem aan wat nu achter hem ligt. Eén fatale vergissing, meer was er niet nodig. De jongen uit 'Er was eens...' is dood. Ik hoop dat de Winston van nu nog lang en gelukkig zal leven.

Crack is coke gekookt in ammoniak of bak-soda (bori betekent 'koken' in het Surinaams). Door dit proces wordt de coke beter te roken en verandert het van los wit poeder in crèmekleurige brokjes. Crack is niet lichamelijk maar geestelijk verslavend en het is heel moeilijk om er van af te kicken. Het effect van crack komt snel (sneller dan bij snuifcoke), is heftiger dan bij gewone coke maar is ook sneller uitgewerkt. Daardoor is crack verslavender dan coke. Je voelt je voor korte tijd on top of the world en in één klap donder je vervolgens in een diep, zwart gat. Van euforie rechtstreeks naar depressie, wat zorgt voor een nauwelijks te bedwingen behoefte om dat halleluja-gevoel weer terug te krijgen. Recreatief crack gebruik is dan ook bijna onmogelijk. Crack wordt gerookt op folie, met een pijp of in een joint (vermengd met shag of wiet of een mengsel van shag en wiet), hoewel deze laatste methode (in een joint) hier niet vaak wordt gebruikt. Winston hield het altijd bij joints. Hij was bang voor de pijp en folie vond hij vies. Er is een fortuin in de zakken van zijn dealers verdwenen. De straatwaarde is gemiddeld zo'n 50 euro per gram. De naam 'crack' komt van het geknetter wat je hoort tijdens het roken. Het is het geluid van brandende crack.

nb. de namen van de personen zijn veranderd