Posts tonen met het label bajes. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bajes. Alle posts tonen

vrijdag 9 augustus 2013

Niggaz Bleed

"Niggaz bleed just like us
Picture me bein scared
Of a nigga that breathe the same air as me
Niggaz bleed just like us
Picture me bein shook
We can both pull burners, make the motherfuckin beef cook
Niggaz bleed just like us
Picture a nigga high
Then my life in that man hands, while he just decidin
Niggaz bleed just like us
I'd rather go toe to toe with all of y'all
Runnin ain't in my protocol"
 
Dit is niet mijn verhaal en waarschijnlijk het jouwe ook niet. We zijn allemaal anders maar sommige verhalen delen we met elkaar. Details kunnen verschillen en de manier waarop we ooit het verhaal beleefd hebben is voor ieder mens anders maar de rode draad blijft hetzelfde. Er zijn ook verhalen die minder herkenbaar zijn en die door weinig mensen gedeeld worden. Dit is zo'n verhaal. Niet het mijne, niet het jouwe, maar het zijne.
 
"Ki konjo bo ta wak, swa?", provocerend, en twee paar donkere ogen keken elkaar aan. De Antilliaan met de grote bek wist niet van het vuur in de rustige, stille Surinamer voor hem. Winston, opgegroeid tussen de karus, spreekt vloeiend Papiamento en herkende de beledigende betekenis van dat korte zinnetje. Het hing al maanden in de lucht. Een dreigende spanning. Hij zou hem gaan steken, had hij eerder tegen Winston gezegd. Steken. "Waarom hij me altijd vies aankeek? Hij was een hater, schat. I sabi toch?'. Blaffende honden bijten niet, zeggen ze, maar deze Antilliaanse hond was niet van plan om het bij alleen een beetje blaffen te houden. Er gingen geruchten over een mes. Winston had ze ook gehoord. En hij van de straat, van het harde leven, van de dood of de gladiolen, wist beter dan die geruchten niet serieus te nemen.
 
Het leverde Winston 14 dagen iso op, waarvan hij er 10 ook werkelijk in de isolatie-cel doorbracht. Hij had ze gewaarschuwd, de bewakers, het hoofd van de afdeling H. Hij had het gedrag van de swa gemeld en gevraagd om maatregelen. "Ik ken mezelf toch? Ik doe wat ik moet doen, schat, en ik wilde niet mijn programma verpesten". Zijn verblijf in de p.i. Lelystad zat er bijna op. Nog 4 weken en dan zou hij vertrekken naar Heerhugowaard. Van een gesloten inrichting zou hij naar een open inrichting verhuizen. Nog een maand en hij zou de volgende fase van het traject in gaan. "Ik was bang. Ik wilde zo graag naar open kamp, daar had ik me op gefocust". Dus was hij de confrontatie uit de weg gegaan, oogcontact had hij vermeden om de boel niet uit de hand te laten lopen en ook had hij diverse keren met het afdelingspersoneel gesproken. "Jullie moeten er iets aan doen. Ik voel me bedreigd. Jullie weten waartoe ik in staat ben. Ik wil het niet verpesten". Begrip hadden ze maar zonder bewijs kon men niets voor hem doen. "Het staat genoteerd. We weten het. Maar zolang hij niets doet, kunnen wij ook niets doen". De Antilliaan stond bekend als een lastpost, een vervelende mannetje en was al een paar keer binnen de gevangenis zelf overgeplaatst. Ze wisten niet meer wat ze hem aan moesten. "Hij speelde gangsta. Een grote bek had hij". Wat doet iemand die zich bedreigd voelt maar geen bescherming vindt bij de personen die verantwoordelijk zijn voor zijn veiligheid? Die beschermt zichzelf. "Runnin ain't in my protocol" en Winston ging in de aanval.
 
"Als die man daar beneden zo recreatie heeft en ze maken die deur van 'm open, dan ga ik hem pakken". Waarom de bewaker niets deed om hem tegen te houden na deze openlijke aankondiging is net zo opvallend als het feit dat diezelfde bewaker zich omdraaide en wegliep vanaf het moment dat Winston hem aankeek, als laatste waarschuwing, en rustig de trap naar beneden nam terwijl de celdeur van de Antilliaan open ging. Geen achteraf-hoekje, geen stiekem gedoe in de schaduw maar open en bloot wandelde Winston op zijn gemak naar de recreatie-ruimte, waar hij de metalen stang van een fitness-apparaat los klikte en op de tonen van Niggaz Bleed naar zijn nietsvermoedende mede-gedetineerde liep. Gewapend met 20 kilo staal deed een 74 kilo gespierde dagu van de straat wat hij had aangekondigd en begon op de bedreiging in te rammen. "Ik wist wat ik deed. Ik wist de consequenties. Maar ik had schijt. Ik voelde dat ik in mijn recht stond, snap je?" Aan 3 gewelddadige minuten van woede kwam een eind door ingrijpen van het bewakend personeel, onder begeleiding van het alarm en op het ritme van het dichtklappen van de deuren. Piep-piep-piep-klang!, piep-piep-piep-klang! En de geruchten bleken waar. Een mes viel op de grond.
 
Ik ben niet objectief. Ik kan geen zwart/wit oordeel geven. Winston vertelde me zijn verhaal destijds toen we lui en loom op bed lagen, in de herfst van 2007, en hij een voor die tijd zeldzame praatgrage bui had. "Ik ben er niet trots op, schat, maar ik heb ook geen spijt". De stem van The Notorious B.I.G.  klonk op de achtergrond. "Picture me bein scared of a nigga that breathe the same air as me". (Ik was toen nog zo naief. Ik had mijn eigen met sores gevulde leven maar ik wist weinig van andere manieren van overleven.) Hij had het me aarzelend, voorzichtig verteld, nog niet helemaal zeker van zijn vertrouwen in mij. "De bewakers konden niet bij me komen want ik zwaaide met die stang om me heen. Tot ik zag dat ze die swa hadden gepakt en ik die knefi zag. Ik heb die stang neergelegd en heb me vrijwillig over gegeven". Na 10 dagen kwam hij met een beginnende baard uit de iso. Niets anders had hij gedaan dan slapen, eten en push ups. Op de gang had hij de Antilliaan horen jammeren: "Waarom plaatsen jullie me over naar een andere bajes en hem niet?", nadat ook hij uit isolatie was gehaald. Winston mocht in Lelystad blijven. Zo'n 3 weken later vertrok hij richting open kamp. Zijn dossier werd er een stuk grimmiger door en de halve gevangenis wist ineens wie Winston was maar verder kwamen er geen sancties. "Ze zeggen dat die man een gebroken rib had. Ik weet het niet. Maar ik moet hem goed hebben geraakt. Hier, hier sloeg ik hem", en terwijl hij zijn hand op mijn ribben legde, "Die avond kwam wel de trauma-helikopter. Maar schat, echt, ik zal het nooit vergeten. Luister naar deze fatoe. Die bewaker keek me recht in mijn ogen aan. Hij wíst wat ik van plan was. I sabi toch? En hij keek gewoon weg. Hij zag me, en schat, echt, die man keek me aan en hij draaide zich om".

Zoals ik al zei, ik ben niet objectief. Maar het komt niet alleen door de gekleurde glazen waarmee ik naar zijn verhaal kijk dat ik sterk het vermoeden heb dat Winstons actie de mensen in charge van de p.i. helemaal niet slecht uitkwam. Eindelijk waren ze van de Antilliaan af. Het zou zelfs kunnen verklaren waarom die bewaker niet ingreep, maar dat is speculatie. Ik kan het hem niet kwalijk nemen dat Winston deed wat hij deed. Wat zou ik hebben gedaan? Ik heb geen idee. Hij heeft het beleefd. Zijn verhaal, niet het mijne en niet het jouwe. Een scenario dat ik hopelijk nooit hoef mee te maken. Zou ik het initiatief hebben genomen? De beste verdediging is de aanval? Of zou ik zijn blijven wachten in de hoop dat hij me zou vergeten? Wachtend tot ik misschien gestoken word? Wat zou jij hebben gedaan? Hoe zou jouw verhaal er uit hebben gezien?

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

woensdag 12 juni 2013

Dagu

Kom mij niet lullen, mensen,  met ongefundeerde uitspraken over het Nederlands gevangeniswezen en de uitvoering van het justitieel beleid. Laat me je een verhaal vertellen.

'Mevrouw, u kunt nu weggaan. We houden uw man hier'. De zon scheen die dag maar de koude wind vertelde dat de winter eraan kwam. Huiverend kroop ik dicht tegen Winston aan terwijl we op de bus stonden te wachten. 'Kom hier, schat, je hebt het koud', en hij had zijn dikke winterjas opengemaakt zodat ik me kon warmen tegen zijn brede borst, verstopt voor de kou en de buitenwereld. Hij had een fout gemaakt. Een domme fout maar zijn begeleidster van de reclassering had hem gerustgesteld. 'Ik heb ze een positief verslag gestuurd, gebaseerd op jouw gedrag van de laatste jaren, en  geadviseerd je een fase terug te zetten, dus dan krijg je wel weer die enkelband, maar deze ene misser zal geen reden zijn om jouw penitentiair programma te stoppen'. Toen ik haar drie dagen later sprak was ze boos maar ze stond met haar rug tegen de muur. 'Hij deed het zó goed! Deze sanctie is veel te zwaar. Hij was zó gemotiveerd en iedereen die met hem te maken kreeg was positief over de manier waarop hij meewerkte!', en ze was teleurgesteld en verbaasd dat haar advies niet was opgevolgd, maar behalve een beetje nutteloos protesteren was er verder niets wat ze kon doen. Winston had zich gemeld, vrijwillig. Hij had zijn fout opgebiecht, zonder smoesjes. 'Ik heb coke gebruikt'. Een week daarvoor had hij in de woonkamer op de bank gezeten, met een vette smile, zijn linker broekspijp eigenaardig omhoog gestroopt, en het duurde even voor ik door had wat hij me probeerde te vertellen. 'Je enkelband is weg!', die vervloekte klote elektronische enkelband, waar ik zo'n hekel aan had omdat dat ding zoveel stress gaf en normaal leven onmogelijk maakte. Hij was zo trots als een aap geweest. 'Ik heb het gedaan, mop! Niemand dacht dat ik het aankon, maar het is me gelukt!', en hij had die mooie Surinaamse lach van 'm gelachen, me opgetild en rondgezwierd, zo blij als een kind. De enkelband hoorde bij de vierde fase van zijn persoonlijk penitentiair programma en tot nu toe was alles volgens het boekje gegaan, hoe zwaar het af en toe ook was geweest. Winston had in al die jaren geen moment zijn motivatie en wilskracht verloren en zich aan alle voorwaarden en elke regel gehouden, tot grote tevredenheid van de reclassering, en mocht beginnen aan de volgende fase: acht maanden voorwaardelijk, onder toezicht, met controles, begeleiding en een verplichte dagbesteding, maar verder als (relatief) vrij man. 'Ik wil het niet meer, schat. Deze man wil nooit meer vast komen te zitten. De bajes maakt een dagu van mij. En hoeveel jaren heb ik in totaal vastgezeten? I sabi toch... Het maakt mijn geest kapot. Het is het niet waard, Yvon. Over acht maanden heb ik mijn straf uitgezeten. Mijn laatste straf. Ik wil léven', had hij gezegd. Maar toen ging hij de mist in.
 
Iets gebeurde er en ik ga niet vertellen hoe of wat maar vrijwillig meldde hij zich daarna bij de reclassering in de Wibautstraat. 'Ik heb coke gebruikt'. Hij wist dat zijn eerlijkheid consequenties zou hebben. 'Waarschijnlijk krijg ik mijn enkelband weer terug'. Het verplicht moeten dragen van een elektronische enkelband is geen pretje. Winston was één van de eersten in Nederland die onder elektronisch toezicht kwam te staan (wat destijds nog een experiment van Justitie als oplossing voor het cellentekort was) en voor aanvang van het programma hadden ze hem gewaarschuwd. Psychisch zwaar, hadden ze het genoemd, en dat was het ook. Een enkelband is een grote, zwarte band met een rechthoekig blokje, waarin een GSM-zendertje zit, dat in contact staat met een kastje wat door Justitie in het huis van de gedetineerde is geplaatst. Binnen je huis kun je je vrij rond bewegen maar naar buiten mag je alleen binnen opgelegde tijden. Het aantal uren wat je buitenshuis mag doorbrengen neemt (meestal) toe naarmate de rest van je straftijd minder wordt. Al je bewegingen worden geregistreerd. Wanneer je je niet houdt aan de klok ben je de lul. Een alarm gaat direct naar de alarmcentrale, waarop de gedetineerde een telefoontje krijgt van Justitie en zich moet melden. Doet hij/zij dat niet, dan volgt er een huisbezoek. Sowieso kun je ter controle onaangekondigde bezoekjes van Justitie verwachten, wanneer je onder elektronisch huisarrest staat. Altijd hielden we de tijd met één oog in de gaten. We woonden nog niet samen en vanwege omstandigheden kon ik niet vaak bij hem komen dus wanneer hij doordeweeks werkte (vrijwillige taakstraf) hadden we in het begin net een kleine tien minuutjes om elkaar even te zien en zoentjes uit te wisselen. Stond -ie met zijn stoere, vieze werkkleren nog aan voor de deur, tot ik tegen hem moest zeggen: 'Ga nou maar naar huis, schatje, straks gaat dat alarm af', en elke minuut telde. Alles moesten we van te voren plannen en alles moest passen binnen de uurtjes die hij buitenshuis mocht doorbrengen. Een dvd-tje werd uitgezocht op lengte van de film want het is lullig als je elke keer het laatste kwartier moet missen omdat anders het alarm afgaat. Lig je lekker te neuken, shit, vergeten op de klok te letten!, en ineens blijk je nog maar vijf minuten over te hebben om het af te maken, dus ook sex moet je plannen. Tijd wordt een tiran die je leven regeert en de uitdrukking 'Alle tijd van de wereld hebben' een zure grap. Moest Winston binnen blijven, dan was hij zich pijnlijk bewust van zijn beperkte vrijheid en het leven dat zich buitenshuis afspeelde. 'Als je vast zit in de bajes, dan zit iedereen om je heen vast. Nu zit ik thuis vast en iedereen om me heen is vrij'. Huisarrest mag niet langer dan drie maanden duren vanwege het risico op cabin fever, een depressie ten gevolge van een langdurig isolement, en vraagt veel zelf-discipline, motivatie, en voldoende kracht om niet mesjokke te worden van het Big Brother is Watching You- gevoel dat erbij komt kijken, wat betekent dat je niet zomaar elke willekeurige crimineel onder elektronisch toezicht kunt plaatsen.
 
Hand in hand liepen we richting de Koepel in Haarlem, waar hij voor de gevangenisdirecteur moest verschijnen, die door Justitie was aangewezen als degene die, na zijn kant van het verhaal te hebben gehoord, moest beslissen over het verdere verloop van zijn penitentiair programma. Hand in hand zaten we in de wachtkamer, stil, gespannen, tot ze hem meenamen, na een laatste zoen en een optimistisch 'Tot straks, schat'. Later vertelde hij me, met pijn en woede in zijn ogen: 'Ik liep zijn kantoor binnen, zag die man zijn kop en ik wist het. Het interesseerde hem geen moer wat ik te zeggen had. Zijn besluit stond al vast'. De directeur had het verleden in de vorm van een dik strafblad zwaarder laten wegen dan alles wat Winston had bereikt in het heden. Hij negeerde het advies van de reclassering en besloot dat Winston de resterende acht maanden van zijn straf in de gevangenis moest doorbrengen. Hij kon meteen blijven. De blonde bewaarder die me het nieuws had verteld, was een jonkie, net uit de klei, een groentje dat zich verstopte achter een laag koele onverschilligheid en ik weet nog dat het voelde alsof die snotneus daar veilig achter die balie, beschermd achter dat glas, me een klap in het gezicht had gegeven. 'Wat bedoel je? Hoezo houden jullie mijn man hier?', vroeg ik en ik vertikte het om te gaan huilen. 'Uw man moet blijven. Beslissing van de directeur. Hier', waarop hij een folder naar me toeschoof en me de deur wees. Buiten in de zon ben ik eerst gaan vloeken als een bootwerker. Daarna kwamen de tranen. Uit het zicht van de klerelijers die hem geen schijn van kans hadden gegeven.
 
Die acht maanden bajes hebben hem geen goed gedaan. Winston wist zich geen raad met zijn woede en frustraties, hij voelde zich verraden en in de steek gelaten door het systeem wat hem juist had moeten helpen en dus werd hij depressief. Hij kreeg ook lichamelijke klachten en at slecht maar bleef zich de kolere trainen, om zijn opgekropte emoties kwijt te raken. Zijn verzoek om overplaatsing naar een p.i. met meer faciliteiten (en meer hulp) werd pas goedgekeurd nadat hij bijna de controle over zichzelf had verloren. Hij zat daar tussen junkies, zwervers, gekken, illegalen, potenrammers, noem maar op want de Koepel is een huis van bewaring waar verdachten zitten, en mensen die wachten op een uitspraak of op overplaatsing naar een 'echte' gevangenis. Langgestraften horen niet thuis in een huis van bewaring, dat is wettelijk vastgelegd. Diverse keren heb ik met de Koepel gebeld. 'Hij is een tijdbom aan het worden. Ik waarschuw jullie. Dit gaat binnenkort fout', maar ze namen me pas serieus nadat het bijna fout was gegaan. Hij liet zijn schoenen achter, voor een eenzame en wanhopige illegale Afrikaan die met blote voeten in de Koepel was beland en vertrok naar de p.i. in Grave, vlakbij Oss, de enige gevangenis waar ze een cel voor hem hadden. Daar kwam hij wat meer tot rust, ondanks dat zijn verzoek om aanwezig te mogen zijn bij de begrafenis in Suriname van de enige vaderfiguur in zijn leven, zijn opa, werd afgewezen, hij deed zijn best maar hij bleef... anders. Veranderd. Het was alsof ze het laatste restje vertrouwen in de wereld uit hem hadden geknepen. 'Ik heb het zelf opgefokt, ik had die shit niet moeten gebruiken maar ik wilde een eerlijk man zijn en ze hadden me niet weer moeten opsluiten. Alles wat ik had gedaan om mezelf te bewijzen was voor niets. Ik heb dat fuckin' programma vierenveertig maanden gevolgd tot en met die koulo enkelband. En voor wat? Ik had me nooit eerlijk moeten melden. Het maakt geen moer uit wat je doet. De staat kan mijn black ass kussen. Ik ben een dagu en ik zal altijd een dagu blijven'. 

Winston kwam vrij en hij had niets behalve wat kleding en wat kleine, persoonlijke spulletjes. Geen huis, geen geld, geen werk en het duurde maanden voor zijn uitkering rond was. Hij kreeg geen enkele hulp of begeleiding. Anderhalf jaar later zat hij weer vast. Kom mij niet lullen, mensen...



 
 
 
 
 

donderdag 25 april 2013

Babette en mijn bajesklant

'Dat kan ik me voorstellen', zei ze. Zij, Babette, een vriendin die ik al jaren kende maar die ik door omstandigheden niet vaak sprak, had gevraagd naar 'die kerel van mij', want die had ze nog nooit ontmoet. Of we nog wel bij elkaar waren want ik woonde nu toch alleen? 'Ja, hoor, we zijn nog steeds bij elkaar'. En toen had ik natuurlijk met een of ander lulverhaal kunnen komen. Ik had haar wijs kunnen maken dat mijn vent op zee zat, ver weg richting Verweggistan, zwetend en zwoegend in de buik van een schip, zijn heimwee verbloemend met Fishermen's Friends. Of misschien zat hij in het leger, en was hij opgeroepen om te strijden voor vrede en democratie ergens in een verscheurd land aan de andere kant van de wereld, waar hij elke avond het geweer schoonmaakte dat hij naar mij had vernoemd. Of ik had kunnen zeggen dat hij tijdelijk in Paramaribo woonde om daar zijn terminaal zieke lievelingsoom te verzorgen, die verder niemand meer had behalve een gevaarlijke voodoo buurvrouw en haar gekke zoon en daarvan wist iedereen dat ze uit waren op de duku van oom Wilfried. Maar weet je wat het is met mij? Ik heb zo'n bloedhekel aan schijnheiligheid en toneelspelen. Plus ik ken weinig schaamte. (En, ik geef het eerlijk toe, ik vind het zo nu en dan erg lekker en bevredigend om mensen een tikkeltje te verrassen. Maar dat was nu niet aan de orde.) Dus gaf ik haar eerlijk antwoord. 'Die kerel van mij  zit vast. Hij zit in de gevangenis, alweer vijf maanden nu'. Haar mond viel open. 'Oooh, wat erg voor je', en ja, hoor, daar kwam het, 'Maar je bent dus nog steeds bij hem?', enigszins geshockeerd over zoveel in haar ogen blijkbaar misplaatste trouw. 'Ja. Natuurlijk. Ik hou van die man'. Ze deed haar best om haar afkeur onder bedwang te houden (dat moet gezegd worden) en keek me aan. 'Maar hij zit daar niet zomaar. En jij wacht op hem, een crimineel? Waar ben je nou mee bezig, Yvonne?', op het kwasi geduldige toontje van een hulpverlener tegen een eigen-wijze client. Ik vertelde haar over liefde en trouw en over de man achter de crimineel. 'Hij mag dan een crimineel zijn, voor mij is hij op de eerste plaats mijn man. Ik volg mijn hart. En ik laat mijn man niet in de steek'. Babette leunde naar achteren in haar stoel en sloeg haar armen over elkaar. 'Dat kan ik me voorstellen', zei ze en ik wist dat ze loog.
 
Recente cijfers kon ik niet vinden maar in 2011 waren er 12.735 gedetineerden in Nederland waarvan 11.965 mannen en 775 vrouwen. Hoeveel gedetineerden er een vaste relatie met iemand buiten de muren hebben, weet ik niet, en ik weet ook niet hoe groot de overlevingskans is van een relatie tussen twee mensen waarvan er één binnen de muren zit. Ik schat dat percentage niet hoog. Het ís ook moeilijk om in zo'n situatie je relatie goed te houden. Het is zwaar, voor allebei, je moet stevig in je schoenen staan en je door heel wat emoties heen worstelen. Je moet je best doen om niet van elkaar te vervreemden wanneer je elkaar maar één uurtje per week kunt zien. Het geeft spanningen en stress en ruzies met woorden waar je later spijt van krijgt. Degene binnen moet de persoon buiten durven te vertrouwen en degene buiten mag het vertrouwen van de persoon binnen niet beschamen. Je zult de vrouwen de kost moeten geven die hun gedetineerde man niet trouw zijn. Ik heb de verhalen gehoord en ik heb geen goed woord over voor die wijven want je maakt je man helemaal gek en hij kan niks doen. Waar ik ook niet tegen kan zijn die dames die schaamteloos delen in de buit die manlief mee naar huis brengt en die dan later, als hun kerel in de bak zit, gaan lopen klagen en huilen en schelden, alsof zij het onschuldige slachtoffer zijn. Voor mij was en is het simpel. Of je staat achter je man of je staat niet achter hem. Je hoeft het niet eens te zijn met zijn baan als inbreker of drugsdealer (of bankdirecteur) maar wanneer je ervoor kiest om 100 % achter je man te staan, en een carrière switch zit er niet in, hoe graag je dat ook wilt, dan accepteer je zijn criminele activiteiten én eventuele gevolgen, want aan een dergelijke relatie kleven natuurlijk risico's. Kun je dat niet, dan moet je die man laten gaan. Voor jezelf én voor hem, want ook criminelen hebben een hart dat gebroken kan worden.

Ik miste hem zo verschrikkelijk. In vier penitentiaire inrichtingen heb ik hem bezocht. De Koepel in Haarlem, de Bijlmer bajes, de p.i. in Lelystad en die in Grave, bij Nijmegen. Ik heb me nooit geschaamd voor mijn relatie met hem, ook niet toen hij vast zat. Meestal kreeg ik van vrouwen negatieve reacties en van mannen positieve reacties wanneer ze hoorden dat ik het liefje van een gedetineerde was. Vrouwen veroordeelden me vanwege het feit dat ik bij hem bleef, mannen spraken hun welgemeende waardering uit. Ik kan me nog herinneren, in een sneakershop op de Nieuwedijk, waar ik voor mijn schatje nieuwe patas kwam kopen, en ik de VIP treatment kreeg van de manager zodra hij me hoorde vragen of ik wat langer de tijd kon krijgen om die sneakers eventueel te ruilen, vanwege de invoer/uitvoer procedure in de gevangenis. 'Je bent een kanjer', zei hij tegen me en duwde de verkoper die me hielp opzij. 'Ga jij iemand anders helpen. Deze dame verdient alle respect en hulp die we haar kunnen geven'. Of die keer toen ik mijn treinkaartje niet kon vinden, op weg van Lelystad terug naar Amsterdam, en de controleur tussen de spullen die ik uit mijn tas had gevist een formulier met het adres van de p.i. Lelystad zag liggen. 'Je komt net van bezoekuur?', en ik vertelde dat ik bij mijn man was geweest. 'Laat dat kaartje dan maar zitten. Jij hebt nu wel wat anders aan je hoofd. Maak je niet druk, je bent een goede vrouw'.
 
Ik werd er altijd een beetje verlegen van, want ikzelf vond het niet zo speciaal en bijzonder wat ik deed. Je houdt van je kerel en je doet je ding. Zo ingewikkeld vond ik dat niet. Maar ik waardeerde het wel. Waar mijn seksegenoten over het algemeen naar me keken alsof ik óf zielig óf dom was kreeg ik van leden van het andere geslacht respect en een schouderklopje. En ik ben ook maar een mens. Ik kan wel een grote mond hebben en de hele tijd stoer doen maar natuurlijk konden die negatieve responses me dwars zitten. Het is niet leuk om het gevoel te hebben dat je je moet verontschuldigen voor het volgen van je hart. Van een crimineel mag je niet houden, laat staan van een crimineel in detentie en wanneer je dat toch doet en er voor kiest om trouw op hem te wachten is er blijkbaar iets mis met je. Er is me zelfs wel eens gevraagd of ik bij hem bleef omdat ik eigenlijk bang voor hem was of omdat ik dacht dat ik niets beters kon krijgen. Zulke vragen zeiden meer over de vragenstellers dan over mij en weerhielden me er niet van om te blijven luisteren naar mijn hart en daar openlijk voor uit te komen maar ik moest af en toe echt mijn best doen om me niet een alien te gaan voelen.
 
Met die vriendin is het nooit meer goed gekomen. Niet alleen veroordeelde ze mij vanwege mijn beslissing om bij mijn 'bajesklant' te blijven maar ook had ze problemen met mijn houden van een srananman. Onze vriendschap stierf bij het zien van de vieze blik in haar ogen toen ze hoorde waar hij vandaan kwam. 'En hij is ook nog een Surinamer! Sinds wanneer val jij op negers?', en nog zie ik haar hoofdschuddend naar haar eigen (joodse half Indo!) kerel kijken. Weet je wat het is? Ik ben oud en wijs genoeg om mijn eigen beslissingen te nemen zonder dat ik de goedkeuring van anderen nodig heb en dat ik daarbij de neiging heb om dingen te doen en keuzes te maken die niet altijd door iedereen worden begrepen, dat weet ik. Babette hoefde het ook echt niet met mij eens te zijn. Ieder mens is uniek. Maar veroordeel mij niet want dat recht heb je niet. Kijk niet op mij neer, betuttelend, neerbuigend of beledigd vanwege mijn manier van leven, toen of nu of in de toekomst, terwijl je nooit in mijn schoenen hebt gestaan. Ik volg mijn hart en mijn eigen richtlijnen. Ook toen het betekende dat ik gefouilleerd moest worden om zestig minuten écht alleen te kunnen zijn met mijn liefste, een crimineel achter slot en grendel. Ik heb Babette nooit meer gesproken. En dat is maar goed ook.
 
 



dinsdag 15 januari 2013

Over winter, liefde en tijd

Midden in de zomer zei hij dat het een strenge winter zou worden. Zo'n winter met flinke vorst, een dik pak sneeuw, een heldere blauwe hemel, de zon die ondanks het jaargetijde er in slaagt om je rode wangen te geven en een kou die overal doorheen gaat. Zo'n winter die je ziet op ansichtkaarten. Hij nam een paar grote slokken. En nog een paar. 'Zullen we wedden? Om een donnie'. Met die valse grijns van 'm keek hij haar over een blikje Grolsch aan. 'Je drinkt je bier alsof het limonade is. En ik wed niet met jou. Vergeet het maar. Ik verlies het toch altijd', schudde ze lachend haar hoofd. 'Geloof me nou, schat, dit gaat een zware winter worden. Ik weet die dingen'. Was zij die weddenschap aan gegaan dan had ze dat tientje verloren. Het werd een zware, strenge winter. Hij wist die dingen.

'Soms is tijd je vriend', dacht ze. Veranderingen vragen tijd. Verlies. Verlies van een dierbare, van een baan, een droom, van een doel, verlies van een leven waar je aan gewend was. Tijd biedt je de mogelijkheid om te wennen, geleidelijk aan, met elke tik van de klok. Tijd is ook je vriend wanneer je aan het knokken bent tegen een ziekte of wanneer je langzaam uit een depressie kruipt. Elke minuut dat het een beetje beter gaat motiveert je om verder te gaan. En zo af en toe kun je terecht komen in situaties waarin tijd je grote vijand is. Ze draaide haar hoofd zo dat ze de klok die achter hem aan de muur hing niet meer kon zien. Ze haatte die klok, dat kille, onverbiddelijke en onvermijdelijke ritme van de wijzers. Nog maar een minuut of tien. Haar wang lag in zijn hand, af en toe streek hij een verdwaalde lok van haar haar terug. Ze mistte hem. Wanneer je iemand mist die niet meer terug komt, heb je geen andere keuze dan te accepteren dat je iemand kwijt bent. En omdat je dat weet, ook al verzet je je ertegen, wordt het makkelijker om de tijd zijn werk te laten doen. Weg betekent in zulke gevallen ook écht weg. Voorgoed volledig verdwenen, in ieder geval in dit leven. Het wordt nooit meer zoals het was. Weg is weg. Maar deze man, die haar net bijna aan het huilen had gebracht door zachtjes in haar oor te zingen, omdat hij wist dat ze dat zo mistte, zijn gezang in huis, deze man was weg maar niet weg. Eén uurtje in de week was hij er wel. Zijn weg zijn was bovendien tijdelijk. Niet voorgoed. En niet volledig. Ze mistte hem met een pijn die haar sterk maakte. De pijn was de prijs die ze bereid was te betalen ter wille van de liefde. Het was het prijskaartje dat ze accepteerde, de nota die ze ondertekende, de rekening die ze betaalde voor de faya lobi die ze voelde voor deze man die weg was maar ook niet. De man die terug zou komen. De man die ze één uurtje per week bij haar had. Tijd was haar vijand tijdens dat ene uurtje. 'Dames en heren, het is helaas tijd om afscheid te nemen'. De duivel zelf had haar niet kwader kunnen maken dan deze bewaarder, deze dienaar van de klok, maar ze beet op haar lip. Het was tijd. Om hen heen werd al uitgebreid afscheid genomen. 'Koulo...', hoorde ze hem zachtjes vloeken. Ze keken elkaar aan. 'Nu moet ik je weer een week missen', zei hij en ze zag het bewijs daarvan in zijn ogen. Ze stonden op en hij nam haar in zijn armen. 'Doe je voorzichtig, schat, onderweg naar die oso? Je mag niet vallen. En ik ken je. Jij bent bruya. Kijk je goed uit, ja, mi gudu?' en hij drukte haar dicht tegen zich aan, nog één kus, nog één kus, nog één kus. 'Tot volgende week. Ik hou van je', zei ze tussen de één na laatste en de laatste kus door. 'Ik hou van jou', zei hij, maar er werd op hem gewacht, ze moest hem daar laten en terwijl ze naar de deur liep, met de smaak van zijn kus op haar lippen, riep hij haar achterna: 'Ik bel je, ja, mop? Later, i sabi, na luchten, oké?'. Tijd had weer gewonnen. Zestig minuten waren voorbij in één hartslag. Ze zag hem gaan, lang, gespierd door het trainen maar mager door het slechte eten en de schuld die hij met zich mee zeulde, weg door die deur met de bewaarders, terug naar zijn cel. Altijd was dat het moment waarop ze besefte dat ze weer een week moest wachten voor ze hem weer zou zien. Hem daar moeten laten deed zeer, elke keer opnieuw, en het zou zeer blijven doen.

Natuurlijk zat hij daar niet zomaar. De rechter had hem niet per ongeluk 18 maanden gegeven, maar het was een flinke straf. Soms doe je iets fout omdat je iets goed wilt doen. Ze keek naar de mensen in de rij met haar, wachtend op haar identiteitsbewijs. Veel vrouwen. Oud, jong, dik, dun. Ze zag dat ze de enige witte vrouw was, maar dat was meestal zo. Een dikke baby op de arm van een jonge Afrikaanse vrouw met hele dikke billen begon te huilen. Het was benauwd, ze hadden de kachel flink hoog gezet. Achter haar hoorde ze een dochter haar moeder vragen over het aanstaande gesprek met de advocaat van papa. Bij de toiletten stonden een paar oude dames van Arabische afkomst te wachten, ze droogden hun verdrietige ogen met kleine zakdoekjes. Afscheid moeten nemen van een dierbare in de gevangenis is veel moeilijker dan de meeste mensen beseffen. Het breekt je hart. Je kunt niets doen, je staat machteloos. Erover praten is ook moeilijk, omdat het principe 'Eigen schuld, dikke bult' blijkbaar ook geldt voor die mensen die er voor kiezen om achter hun gedetineerde man, vriend, broer, zoon of neef te blijven staan. 'Je doet het toch zelf? Je hoeft niet bij die vent te blijven. Hij zit vast. Waarom laat je hem niet gewoon?', en probeer dan maar eens uit te leggen dat het zo niet werkt. In ieder geval niet bij haar. Zij had er voor gekozen om haar man trouw te blijven. All the way. In voor -en tegenspoed. Met haar ID op zak liep ze de trap af, achter een moeizaam lopende Surinamer die voor het eerst bij zijn broertje op bezoek was geweest. Privacy tijdens bezoekuur bestaat niet, je hoort en ziet van alles, van zowel de gedetineerden als hun bezoek, de tranen, het verdriet, de ruzies, de liefde, het lachen samen, de gesprekjes, soms persoonlijk en soms zakelijk.  'Hier houden verschillen op te bestaan. We zitten allemaal in 't zelfde schuitje', dacht ze, terwijl ze beneden stond te wachten tot de deur open ging. Ze had niets in te voeren of mee te nemen dit keer en liep door de detectiepoort naar de kluisjes met persoonlijke eigendommen van de bezoekers. Ze zuchtte. Vest aan, jas aan, dikke sjaal, handschoenen. Klaar om terug naar huis te lopen. En toch niet.

Een sigaretje. Haar mp3 speler liet ze in haar zak zitten. Ze wist dat ze bij elk liedje wat haar aan hem zou doen denken, in huilen zou uitbarsten en daar was het nog te vroeg voor. Ze wilde niet dat hij haar zou zien, in tranen, ploeterend door het dikke pak sneeuw, vanuit het raam van zijn cel op de 5e verdieping van de middelste toren. Hij zou daar staan, zoals elke week, achter zijn raam, achter beton, tralies en prikkeldraad. De zon scheen in haar ogen en ze moest haar ogen afschermen voor het felle licht om hem te kunnen zien in de verte. In haar rug voelde ze de nieuwsgierige blikken van de studenten die in de containerwoningen naast de bajes woonden terwijl ze het besneeuwde en bevroren grasveldje tussen die metalen legoblokken op liep. Altijd hetzelfde liedje. En ze hadden geen idee. Achter zijn raam kon ze hem zien staan. Daar stond hij, haar kerel, die zoveel mensen pissig had gemaakt door met zijn kop op tv te verschijnen. Opsporing verzocht. 'Herkent u deze man of heeft u tips over zijn identiteit of verblijfplaats? Bel dan onderstaand nummer of neem contact op met de lokale politie'. Een medewerker van een uitzendbureau waar hij ooit voor had gewerkt had hem verraden. In de verklaring die ze later had gelezen stond: 'Ik herkende hem meteen. Ik vond hem altijd al verdacht'. Terwijl een paar weken na zijn arrestatie een sms was gekomen met de vraag of hij geïnteresseerd was in een baan. Via dat uitzendbureau. Van dezelfde medewerker. Gedetineerden noemen (langdurig) vastzitten 'branden'. Ze kon niet langs dat uitzendbureau lopen zonder de man in kwestie naar de hel te wensen, in zijn keurige pak, met zijn hypocriete maniertjes, waar hij ook zou branden, met zijn zogenaamde burgerplicht. Op haar gezicht verscheen een brede lach en ze slikte de opkomende tranen weg. Met haar ogen half dicht geknepen tegen het zonlicht zag ze dat haar schatje zijn witte shirt uitgetrokken had en uitgebreid naar haar stond te zwaaien, zijn t-shirt een wapperende witte vlag tegen het donker van de cel achter hem. Zijn chocoladekleurige lichaam was onzichbaar geworden in de schaduw maar ze zag hem wuiven, met dat t-shirt wat ze ooit voor hem gekocht had. Hij deed het voor haar. Uiting geven aan je liefde kan op heel veel manieren. 'Tot volgende week, man van mijn hart!', riep ze, zwaaiend en kushandjes werpend, schijt hebbende aan haar publiek en aan het feit dat de man van haar hart haar niet kon horen. Vanachter diverse andere ramen in de toren werd er terug gezwaaid. 'Keep your head up!'. Ze dwong haar benen te gehoorzamen, draaide zich om en liep met rechte rug, de blikken van de studenten trotserend, richting huis.

Terwijl ze de torens achter haar liet en hij met elke stap die ze nam een beetje verder van haar verdween, sneed de ijskoude wind in haar gezicht. Onder het treinviaduct tussen station Spaklerweg en het Amstelstation hield ze even stil. 'Fuckerdefuckerdefuckshit tering sneeuw!'. Het was geen zelfmedelijden waardoor ze begon te snikken. Het was haar vrije keuze om bij deze man te blijven en die keuze had ze bewust gemaakt. Ze was een volwassen vrouw en ze accepteerde de consequenties van haar keuze. Maar het verdriet en het gemis, wat de eerste paar dagen na het wekelijkse bezoekuur altijd heviger werd, lieten zich voor heel even niet meer onderdrukken. 'Teringkutklotefuckshit kolere winter!'. Ze stak nog een sigaret op en veegde halverwege het roken met haar handschoenen de tranen weg. 'Genoeg nu. Je gaat hier niet staan janken in de vrieskou, als een zielig klein meisje. Je komt eruit te zien als een freakin' panda met je uitgelopen mascara. Je gaat naar huis. Nu'. Adem in, adem uit, nog een paar diepe zuchten, het leven ging door no matter what, en de frustraties trotserend liep ze verder. Het was een winter zoals je ziet op ansichtkaarten. De winter die hij had voorspeld, midden in de zomer.