Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dood. Alle posts tonen

zaterdag 20 juli 2013

Boodschap

"Goedemiddag, mevrouw, mogen wij u even storen met een blijde boodschap? Wij hebben goed nieuws voor u", zei de blonde dame met een hemelse glimlach terwijl de donkere vrouw naast haar enthousiast knikte. "Ik heb ook nieuws. Mijn man is vannacht plotseling gestorven. Dus sodemieter alsjeblieft op met je blijde boodschap", en ik knalde de deur dicht. Het enige nieuws wat ik wilde horen was dat er een vreselijke vergissing was gemaakt. "Hij is niet dood. We dachten het alleen maar". Ik weet niet hoe het is wanneer iemand dood gaat na een lang ziekbed of op hele late leeftijd, wanneer de Dood al 'n tijdje op de hoek stond te wachten tot er geoogst kon worden. Ik ken alleen het onverwachte allerlaatste afscheid, zonder waarschuwing, zonder voorbode. En ik werd een beetje gek in mijn hoofd. Niet dat ik echt als een lunatic rond liep, hoor, zo erg was het nou ook weer niet. Maar ik kreeg gedachten waarvan ik wist dat ze hartstikke absurd waren en toch kon ik ze niet stoppen. Dat leverde merkwaardige gesprekken met mezelf op, waarin mijn rationele ik tot in den treuren aan mijn emotionele ik moest uitleggen dat er echt geen vreselijke vergissing was gemaakt. "Je was er zelf bij". En dan volgde een lawine aan verstandige en logische argumenten, waarbij ik mezelf geen genade toonde. "En zelfs al zou er een vergissing zijn gemaakt, zelfs al zou hij nog leven en bij bewustzijn komen, je weet wat de artsen hebben gezegd". Ik was er zelf bij. Zware hersenbeschadiging. Hem laten leven als een derderangs versie van de man die hij was geweest? Geen optie. 'Die stekker moest eruit en dat weet je. Niemand heeft een vergissing gemaakt. Moos is dood". Ik wist toen nog niet van de kanker. Ik wist niet dat hij terminaal ziek was en sowieso zou zijn gestorven, maar dan na 3 maanden lijden in plaats van zo van het ene moment op het andere. Je 43-jarige levenspartner dood in bed vinden, terwijl je denkt dat hij alleen maar een milde longontsteking heeft, is onverteerbaar, niet te bevatten. Het is alsof je wakker wordt en met een schok ontdekt dat je nog maar 1 been hebt. Wtf is er gebeurd???  Je voelt je machteloos en onzeker, want al je vragen blijven onbeantwoord en er is niemand die het kan fiksen. De mensen om je heen blijken ineens ook een lichaamsdeel te missen en kampen met dezelfde machteloosheid en onzekerheid en je deelt je verlies in een sfeer van totale verslagenheid en shock. Het kán niet anders dan een vreselijke vergissing zijn. En zo wachtte een deel van mij vol hoop en tegen beter weten in op het geluid van de deurbel (het gekke was dat ik me dus wel realiseerde dat zijn sleutels thuis lagen), het geluid van zijn voetstappen op de trap, zijn stem, het overdadig ophalen van zijn neus en de vieze rochel die daar standaard op volgde, terwijl een ander deel van mij koel en bijna afstandelijk er alles aan deed om in de werkelijkheid te blijven, hoe griezelig 'werkelijk' ook was. Dat er geen vergissing was gemaakt had tijd nodig om waarheid te worden. Jezelf vertellen dat ontkenning de 1e fase is van het rouwproces, maakt geen moer uit. Het ontkennen gaat vanzelf, zelfs wanneer je beseft dat je in ontkenning bent. Ook al was ik er zelf bij geweest, ik kon het niet geloven.
 
Vanwege de autopsie duurde het een paar dagen voor Moos' lichaam thuis werd gebracht en opgebaard kon worden. We legden hem op een gehuurde koeltafel in wat destijds de computerkamer was, waar hij altijd zat te gamen. Het witte mortuariumkleed heb ik bij hem uitgetrokken. Ik heb hem gewassen, zijn steeds harder en stijver wordende lichaam, met die grote incisies van de autopsie (weet je hoe raar het is om de 1e letter van je voornaam terug te zien in een ritssluiting op het lichaam van je dode man?), zijn magere, strakke doodgezicht, zijn koude handen en voeten. Het was mijn 1e keer dat ik een lijk aanraakte en ik zeg je eerlijk dat ik ook giechelend een beetje heb zitten porren en duwen, uit nieuwsgierigheid, maar ook vanuit een vreemd soort fascinatie. Een dood lichaam is een lege verpakking. Het lichaam wat ik aanraakte, reinigde en zijn favoriete kleding aantrok had 43 jaar gediend als de verpakking van mijn man maar was nu helemaal leeg. Er zat niemand meer in. Dat was een vreemde gewaarwording, vooral omdat Moos zo'n aanwezig persoon was. De stilte van een dode is de ultieme stilte. Een stillere stilte bestaat niet. Hij lag 5 dagen bij ons en hoe meer dagen er verstreken hoe meer 'dood' zijn lichaam er uit begon te zien, tot mijn dochters en ik tot onze schaamte (en schuldgevoel) toe gaven aan elkaar dat we stiekem vonden dat hij een beetje op een mummie begon te lijken. Over een dode hoor je niet zo te praten, wat ik eigenlijk jammer vind want de uiterlijke veranderingen van een lijk die voor je ogen plaatsvinden kunnen je flink raken en het is goed om je gevoelens daarover te kunnen delen met iemand die dat begrijpt. De laatste paar dagen voor de crematie, toen hij een dag of 5 dood was, kregen we tactvol het advies om hem niet meer met blote handen aan te raken en hem niet te kussen, waarop het tactloos in mijn hoofd klonk: "Ach, ja, natuurlijk, hij begint te rotten". Rond die tijd begonnen we bezoek dat nog een laatste keer afscheid kwam nemen, te waarschuwen en voor te bereiden. "Het is niet de Moos die je hebt gekend". Tegen de crematie zag ik op maar ik moet toegeven dat ik ook iets van opluchting voelde toen de dag was aangebroken dat zijn lichaam werd opgehaald. Het was tijd.
 
Thuisopbaring confronteert je elke dag en rechtstreeks met de overledene. Dat is zwaar. Maar ik bleek het nodig te hebben. Ik moest alle hoop loslaten. Grof gezegd: mijn man was dood en daar lag het bewijs. Dood. Hartstikke, absoluut, tastbaar, op een verschrikkelijke manier écht dood. De Zeis had gezwaaid en of ik het nu wel of niet begreep deed er niet toe. De vragen die ik had moesten wachten en de antwoorden die ik hopelijk zou krijgen zouden niets veranderen aan de realiteit die niet langer viel te ontkennen. Er was geen vreselijke vergissing gemaakt. In die 5 dagen werd de werkelijkheid werkelijk. In die doodse stilte van zijn dode lichaam had een boodschap gezeten. Geen blijde boodschap, geen goed nieuws, maar een meedogenloos rauw-op-m'n-dak bericht waar ik niet aan kon ontsnappen, hoe hard ik ook mijn best deed om het te ontkennen, want het bewijs lag in de computerkamer. Ik was er inderdaad zelf bij.
 
(p.s. Inmiddels blijkt uit onderzoek dat thuisopbaring het rouwproces bevordert en daarom steeds meer aangeraden wordt.)
 
 
 
 
 
 


zaterdag 22 juni 2013

De laatste playlist

Een Faceboek-vriendje van me en mede-blogger had gisteren een stukje gepost waarin hij, inclusief Youtube-clips, zijn muzikale wensen wat betreft zijn uitvaart aan de wereld kenbaar maakte. Hij gaat nog lang niet dood, hoor, tenminste, dat is de bedoeling, maar voor het geval dát is het in ieder geval duidelijk welke muziek er op zijn allerlaatste feestje gedraaid moet worden. Ik vind dat heel, heel verstandig van hem. Je moet er toch niet aan denken dat je daar ligt in je kist en ze draaien ineens een nummer wat helemaal niet bij jou past, of waar je eigenlijk een klerehekel aan hebt. Een klerehekel aan hád natuurlijk want je bent dood, sorry. Je kunt wel dénken dat mensen weten wat je lievelingsliedjes zijn en dat doen ze misschien ook wel echt, maar bij een afscheid zo definitief als de dood wil je specifieke lievelingsliedjes en dat lijstje zou wel eens veel minder bekend kunnen zijn bij de mensen om je heen dan je denkt.  Bovendien, jij bent net gestorven en iedereen om je heen heeft verdriet en pijn, iedereen is in de war of in shock. Er moet van alles geregeld worden, het is een komen en gaan van familie, vrienden/vriendinnen, kennissen, collega's, buren, slapen en eten wordt er nauwelijks gedaan, met al die emoties, dus jouw nabestaanden raken ook nog eens doodop (oeps, slechte woordkeuze). Denk je dan echt dat ze onder dergelijke omstandigheden nog helemaal helder kunnen (en willen) nadenken over jouw favoriete uitvaart-muziek? Ze zullen de klus heus wel klaren maar het is een zwaar karwei en het had ze bespaard kunnen blijven als jij zo verstandig was geweest om je muzikale wensen vast te leggen (of door niet te sterven maar dat is onmogelijk; ooit ga je dood).

Ik heb de cd maar ik draai hem nooit. Ik kan het niet aan. Ik kan naar zijn foto's kijken, ook naar foto's van de crematie, ik kan over zijn dood praten en schrijven, maar die cd, dat is te heftig. De liedjes afzonderlijk, daar heb ik geen problemen mee. Het is die hele cd, het geheel van al die liedjes bij elkaar opgeteld.  De meeste mensen komen niet zomaar plotseling te overlijden. Moos deed dat wel. En Moos wilde zich tijdens zijn leven niet met de dood bezig houden. Hij was er bang voor. Zelf hou ik van wandelen op begraafplaatsen maar Moos kreeg acuut een astma aanval zodra hij een kerkhof betrad. In de loop der jaren (vijfentwintig om precies te zijn) was het mij wel gelukt om hem zo ver te krijgen dat hij het een half uurtje volhield maar dan werd hij zó somber dat ik hem dan toch maar snel naar de uitgang loosde, weg van al die graven en tomben. Waarna hij alsnog een astma aanval kreeg. Naar mijn weten heeft hij één keer over het onderwerp 'dood' gesproken en toen ik daarvan hoorde, was ik ontroerd maar ook stomverbaasd. 'Mocht ik eerder dood gaan dan Yvonne, wil jij dan voor haar zorgen?', heeft hij gevraagd aan een dierbare vriend, jaren voor hij overleed. Ik wist van niks. Moos sprak niet over zulke dingen. Hij liep ervoor weg, letterlijk. Toen hij ineens stierf wist ik alleen dat hij gecremeerd wilde worden, dat hij zijn organen wilde doneren en dat een bepaald persoon niet welkom was op zijn crematie. De rest moesten mijn dochters en ik helemaal zelf invullen. 

Stand by me van Ben E. King * A.D.I.D.A.S. van Korn * You're the one van Kate Bush *  Love is stronger than death van The The * Give me back my man van The B 52's * Shout van Tears for Fears * Life's what you make it van Talk Talk. Ik weet de volgorde niet meer maar dit is de muziek die gedraaid werd tijdens Moos' uitvaart, op die mooie Oosterbegraafplaats. Moos hield van muziek. Hij was nou niet bepaald tekstvast en niet altijd even zuiver maar hij had er zo'n lol in om luidkeels mee te zingen met bepaalde nummers. Ik hou van mannen die zingen in huis, geeft me een fijn gevoel, maar ik moet bekennen dat Moos wat dat betreft tamelijk irritant kon zijn, wat soms nog zijn bedoeling was ook, want dat vond hij leuk, een beetje klieren. Hij kon niet zonder muziek. De jaren tachtig waren favoriet, maar hij hield ook van soul en rock en een beetje van dit, een beetje van dat. Dat er veel muziek moest zijn op zijn crematie , dat stond vast. De muziek zelf moesten wij verzinnen. Van te voren plan je hoe lang de dienst gaat duren (hoe langer de dienst, hoe hoger de kosten) en binnen die tijd moet alles gebeuren (anders krijg je een boete, die ik dus ook daadwerkelijk heb gekregen, want de dienst liep uit...). We hebben er heel lang over gepraat met z'n allen en hebben toen een selectie gemaakt, die we op cd zetten en meegaven aan de uitvaartspecialist, of hoe zo iemand ook heten mag, met het lijstje. Wij, wij waren helemaal van de wereld, helemaal overdonderd, totaal de kluts kwijt in die nachtmerrie van de eerste week na zijn dood (lees mijn blog getiteld Begin als je wilt begrijpen waarom). We sliepen nauwelijks, we dwongen onszelf om te eten en oceanen van tranen hebben we gehuild. Rationeel nadenken is dan verrekte moeilijk maar het moest gebeuren, we moesten een aantal liedjes uitkiezen dat binnen de afgesproken tijd paste en de cd moest op tijd (een dag van te voren? ik weet het niet meer) ingeleverd worden  Sommige liedjes vielen af bij voorbaat af, gewoon omdat wij ze niet leuk vonden. Aangezien wij de muziek moesten bedenken, vonden we dat we dat wel hadden verdiend. We besloten er geen treurzang van te maken. En de nummers moesten een betekenis hebben. Er moest een verhaaltje bij horen.

A.D.I.D.A.S (van Korn) heeft niets met het hippe merk te maken maar staat voor All Day I Dream About Sex. Moos blèrde het nummer altijd mee, met de pret van een rebellerende puber: 'All day I dream about sex. All day I dream about fucking'. Hij vond het zo geweldig dat ik hem ooit voorstelde om het te draaien op zijn crematie, waarop hij me aan keek met een blik van 'Ik ben getrouwd met een leipo', want Moos was niet zo zeker van zichzelf als de meeste mensen dachten en kon zich erg druk maken over de mening van anderen. 'Waarom niet? Het is dan toch jouw feestje? Plus jij bent dood, je kunt gewoon schijt hebben want jij hebt nergens meer last van en wat jouw christelijke familie van mij vindt kan me niks schelen, want ze moeten me toch al niet', waar ik puntjes mee scoorde want hij wilde heel graag schijt hebben, maar ik had het D woord gebruikt en hij maakte zich met een smoes uit de voeten. "Beslis jij maar!', en daarmee was de kous af wat hem betrof.  Beslis jij maar... En dat heb ik dus gedaan. Voor Moos. Omdat hij schijt wilde hebben maar het niet durfde. Omdat het één van zijn lievelingsnummers was. Omdat hij inderdaad graag over sex droomde. Keihard schalde de stem van Jonathan Davis die dag door de overvolle aula. Wij zaten helemaal vooraan en we hoorden later dat zijn halve familie zwaar geshockeerd had gereageerd toen men door kreeg waar de tekst over ging, maar aan de andere kant waren er ook mensen die het fantastisch vonden dat wij ervoor hadden gekozen om afscheid van Moos te nemen met muziek die bij hem paste.
 
Spijt heb ik er nooit van gehad. Ik sta nog steeds achter ieder liedje dat die dag gedraaid werd en mijn dochters ook. Maar wat zou het fijn zijn geweest als we van te voren zouden hebben geweten wat Moos zélf op zijn crematie gedraaid had willen hebben. Wat zou het fijn zijn geweest als we ons daar niet mee bezig hadden hoeven houden. A.D.I.D.A.S had niet op zijn lijstje gestaan, hij zou het niet hebben gedurfd maar die hadden we er waarschijnlijk gewoon tussen gepropt, want protesteren, dat kan niet als je dood bent, en het was echt zijn nummer, dus wat dat betreft was die keuze-vrijheid prettig maar toch. Moos had zijn redenen om niet met de dood bezig te willen zijn. Ik neem het hem niet kwalijk. Hij was wie hij was en hij kon ook niet weten dat hij onverwachts zou komen te overlijden op zijn 43ste. Ik heb er van geleerd hoe belangrijk het is voor je nabestaanden om je er wél mee bezig te houden. Denk na over je eigen begrafenis of crematie en laat je omgeving weten wat je graag zou willen en hoe je het graag zou willen. Praat erover of leg het vast op papier en vertel mensen waar je laatste instructies liggen zodat ze zich later, wanneer het zover is, niet druk hoeven te maken over bijvoorbeeld de lijst met muziek voor het grote, laatste afscheid. Maak die playlist. Voor het te laat is. Je kunt nooit weten.

woensdag 3 april 2013

Over memo's en monsters.

Praten over de dood, over rouwen en het verlies van een dierbare is gelukkig steeds minder een taboe aan het worden in Nederland, maar het zijn nog steeds onderwerpen waar de meeste mensen niet graag mee geconfronteerd willen worden. Er komt een moment waarop 'men' vindt dat je nou toch wel eens klaar moet zijn met het rouwproces en dat het afgelopen moet zijn met praten over het verleden. 'Je moet het loslaten want anders kom je niet verder'. Wat een waarheid als een koe is maar zo eenvoudig ligt het niet. Was het maar zo makkelijk. Rouwen doe je niet voor de lol. Het is pijnlijk, verwarrend en vermoeiend. Er komen zoveel emoties bij kijken, laag na laag, en hoewel de verwerking een doorlopend proces is gaat het niet gestadig in een strakke rechte lijn omhoog. Omhoog ga je wel maar het is een kronkelige lijn en hij loopt behoorlijk schuin. Het is zeven jaar geleden dat Moos stierf en ik kan af en toe schijtziek worden van het feit dat ik nog niet klaar ben met verwerken, maar het is niet anders. Het hoort erbij.
 
Mijn onderbewuste heeft er een handje van om me door middel van nare dromen duidelijk te maken dat het weer tijd is om aan de slag te gaan met alweer een onverwerkte emotie waar ik me niet van bewust ben. Op zich is dat een mooi mechanisme. Eén keer in de zoveel tijd stuurt mijn onderbewuste me een memo om me laten weten dat ik een stoffig en donker hoekje met spinnenwebben over het hoofd heb gezien en dat het tijd worden om er een emmer met sop bij te halen. Een psychologe zei me ooit dat ik het moet beschouwen als een krachtig hulpmiddel waar niet iedereen over beschikt. We dromen allemaal maar niet iedereen onthoudt haar of zijn dromen en niet iedereen heeft dromen die zo helder vertellen wat zich ergens verborgen achter in het hoofd af speelt. Ik ben er ook blij mee. Ik hoef niet jarenlang hand in hand met een therapeut op zoek te gaan naar enge monsters die verborgen zitten in vieze stofnesten want elk monster dat ik nog niet heb gevonden duikt vandaag of morgen vanzelf op in een droom. Ook heb ik door de jaren heen geleerd te vertrouwen op de komst van die memo's van mijn onderbewuste. Maar nachtmerries zijn niet prettig. Vooral als ze gaan over je overleden echtgenoot, de vader van je kinderen, de man met wie je 25 jaar lang lief en leed hebt gedeeld. Dat is fucked up. Over de doden niets dan goed, zeggen ze. Maar wat als je ergens ook hartstikke kwaad bent op een dode?
 
Ik droomde dat ik samen met Moos en onze dochters op reis was. De meisjes waren nog klein. We waren met de trein onderweg naar een grote stad in het buitenland, wat voor heel wat opwinding zorgde, en zoals dat gaat bij jonge kinderen vlogen de dametjes alle kanten op, stuiterend van de energie door al die nieuwe indrukken. We kwamen aan op een gigantisch station, het wemelde er van de reizigers, overal drukte, bagage, lawaai, je kent het wel. Het was trouwens een heel mooi station, maar dit terzijde. Moos en ik hadden afgesproken dat ik 'iets zou gaan regelen' (geen idee wat) terwijl hij bij de meisjes bleef en ik was nog geen 10 meter verder toen ik me omdraaide en tot mijn grote schrik zag dat hij onze dochters was kwijtgeraakt in de menigte. Ik schoot meteen in de stress en mijn moederhart ging tekeer als 'n idioot. Bleek dat hij ze alleen had gelaten. Hij had de ernst van de zaak niet in gezien, hij had de situatie verkeerd ingeschat, en was heel even een andere kant op gelopen. Gelukkig vond ik ze snel terug, ze waren met z'n drieën vrolijk het perron aan het verkennen, maar ik kon maar niet begrijpen hoe Moos zo onachtzaam had kunnen zijn. Woedend schrok ik wakker, bezweet, met het dekbed als een cocon om me heen gewikkeld. 
 
Een maand of zes voor zijn dood begon Moos gewicht te verliezen. Hij weet het aan stress omdat hij pas ontslagen was. Ik vroeg hem naar de dokter te gaan en zij bevestigde Moos' vermoeden en vond het niet nodig om onderzoek of testen te laten doen omdat Moos had aangegeven dat hij zich lichamelijk verder prima voelde. Ik was er niet blij mee maar legde me er bij neer. Met Moos viel in sommige gevallen niet te praten, hij kon zo koppig en star zijn, en in die tijd draaide het in zijn leven vooral om emotionele en spirituele groei. Allemaal heel mooi en aardig maar soms moet je godverdomme gewoon nog een keertje naar de dokter gaan! Toen ik onze huisarts sprak vlak na zijn dood was ze net zo geschrokken als ik. 'Hoe kan dat nou?'. Zes weken later las ze in het autopsie-verslag dat zijn gewichtsverlies niets te maken had gehad met stress. Ze was er kapot van.
 
Toen hij dood ging, plotseling, en schijnbaar zonder reden, moet Moos al minstens anderhalf jaar lymfeklier-kanker hebben gehad. Een venijnige en agressieve vorm van lymfeklier-kanker, die iemand binnen no time van binnen opvreet. Eén van de symptomen is gewichtsverlies zonder duidelijke oorzaak. Op het moment van zijn overlijden had de kanker zich door zijn hele lichaam verspreid en zou hij binnen drie maanden toch overleden zijn, want er was niks meer aan te doen. Niemand heeft het geweten, ook hij niet. Hij dacht dat hij magerder werd door stress en omdat hij op een keerpunt in zijn leven stond. En ja, daar komt -ie weer: over de doden niets dan goed, en ik zit hier echt niet Moos af te zeiken, maar wat als je een dode iets kwalijk neemt?
 
Het had misschien niets uitgemaakt. Het was misschien te laat geweest. Hij had misschien nog een half jaar geleefd en dan was hij alsnog gestorven. Ik neem het hem ook niet echt kwalijk dat hij niet nog een keer naar de dokter is gegaan. Ik neem hem ook niet kwalijk dat hij niet naar me wilde luisteren. Zo was hij gewoon. Ik neem hem kwalijk dat hij daardoor onze dochters in de steek heeft gelaten. Ze hadden hem nodig. De jongste was 17, de middelste was net 19 geworden en de oudste was 20. In sommige opzichten vrouw maar in andere opzichten nog meisjes en ze waren helemaal hartstikke mesjokke op hun vader. Ik was de moeder van zijn kinderen geworden onder andere omdat ik erop vertrouwde dat hij een vader zou zijn die mijn kinderen nooit in de steek zou laten. Maar dat deed hij dus wel. Hij piepte er tussenuit. Dat hij mij in de steek liet, nou, oké, dat kwam destijds ook flink aan maar ik had hem veel minder hard nodig dan de meisjes deden. En van de ene op de andere minuut hadden ze geen vader meer. Hun verdriet voelde groter dan het grootste verdriet. Ik heb gezien en gevoeld wat het met ze deed (en in bepaalde aspecten nog steeds doet).  Mijn puppy's, mijn kroost, mijn bloed.
 
Met woede naar iemand die niet meer leeft is het lastig omgaan. Je kunt erover praten, schrijven, je kunt visualisaties doen waarin je de desbetreffende eens goed uit scheldt of je kunt erover dromen maar het is een woede die lang blijft hangen. De lucht klaart niet op omdat je geen directe face-to-face confrontatie kunt hebben. Doen alsof helpt wel maar je bent er echt niet na één keertje flink schelden en vloeken vanaf. Mensen gaan nu eenmaal dood. In verschillende levensfases, door verschillende oorzaken en onder verschillende omstandigheden. En allemaal laten ze mensen achter. Soms drie dochters. (Moos stond inderdaad op een keerpunt in zijn leven, daar had hij helemaal gelijk in. Hij ging dood. Ik geloof niet dat hij dat bedoelde maar een keerpunt was het zeker). Het enige wat je kunt doen is het accepteren. Je staat wat dat betreft machteloos. Over het algemeen staan mensen niet op uit de dood (wat maar goed ook is, vind ik) dus je kunt je in allerlei bochten wringen maar dat verandert geen malle moer aan het feit dat iemand voorgoed uit je leven weg is. Het afscheid in onherroepelijk. Rouwen is het proces wat je helpt om het uiteindelijk te kunnen accepteren en er vrede mee te hebben. Woede is een emotie die hoort bij rouwen maar die we weinig aandacht geven omdat hij zo lastig te richten is en omdat we ons ervoor schamen. 'Die arme man ging al veel te jong dood omdat hij een lijf vol kanker had en dan ga jij hem dat ook nog 'ns verwijten? Dat was niet zijn keuze, hoor!' en dat weet ik, dat besef ik maar al te goed. Moos hoopte heel oud te worden. En hij zou nooit vrijwillig de meisjes in de steek hebben gelaten. Hij was trouw als de wolf die op zijn arm stond getatoeëerd. Ik weet al die dingen. Er is niemand die ik de schuld kan geven. En al helemaal Moos niet. Shit happens en ik geloof voor een reden maar dat wil niet zeggen dat ik niet heel pissig op 'm kan zijn dat hij is gestorven.
 
Ik ben er nog niet uit. Er zullen ongetwijfeld nog vele memo's volgen. Nachtmerries die me dagen achtervolgen en die me ertoe aanzetten om aan het werk te gaan. Zit er weer een griezelig monster in een nog niet ontdekt hoekje op me te wachten.' Hé, daar had ik nog niet gekeken!',  en weer ben ik beland bij een kronkel in die langzaam stijgende lijn. Ik weet niet hoelang het gaat duren. maar ik weet wel dat ik nog niet klaar ben. In het eerste jaar na zijn dood schold ik Moos regelmatig uit. Ik heb zijn foto tegen de muur gesmeten en ik heb hem boze brieven geschreven. Maar dat ging vooral om mij en om mijn verlies. Mijn droom vertelde me over boosheid vanwege de meiden. Ik moet iets doen met die emoties omdat die emoties anders iets met míj gaan doen. Het is de enige manier om weer de controle in handen te kunnen nemen, het verleden los te laten en een beetje meer innerlijke vrede te krijgen. Boosheid hoort bij rouwen/verwerken zoals verdriet, pijn, angst en gemis en verdient net zoveel aandacht. Het stoffige hoekje heb ik gevonden. Nu moet alleen het monster er nog uit.
 
Ik wil graag deze korte ongeplande therapeutische sessie (ik weet het, ik weet het) afsluiten met een positieve gedachte maar eerst wil ik je bedanken dat je de moeite hebt genomen om iets te lezen wat voor mij een helende werking heeft maar wat voor voor jou misschien totaal niet herkenbaar is. De ver-van-mijn-bed show met mijn onverwerkte issues als thema. Maar mocht het nou ooit nodig zijn, mocht het ineens heel dichtbij je bed komen, dan hoop ik dat je er toch op wat voor manier dan ook iets aan zult hebben. Dat zou ik fijn vinden. Maar anyway, in mijn droom waren de meisjes met z'n drieën vrolijk het perron aan het verkennen. Zie je? Vrolijk. Het komt goed. Het komt helemaal goed.
 
 

dinsdag 1 januari 2013

Begin

Het volgende verhaal heb ik louter en alleen voor mezelf opgeschreven. Ik geef het eerlijk toe. Ik ben er weken mee bezig geweest, in mijn hoofd en op mijn laptop. Het zijn herinneringen die bijna dagelijks opduiken, in flarden, nog steeds, na bijna zeven jaar, en waar ik zelden over praat. De flarden heb ik bij elkaar verzameld en ik heb er één geheel van gemaakt. Het is mijn versie, mijn verslag, zoals ik het beleefd heb, die immense ommekeer in mijn leven. Ik heb mijn lezer bij deze gebombardeerd tot aanhoorder van een stukje drama, dat niet veel mensen meemaken, wel wetende dat het ook bij jou emoties zal oproepen. Ik stel me voor dat jij, lezer, hier bij mij op de bank zit, en ik zit op de grond, met mijn rug tegen de kachel, de kat naast me of misschien wel bij jou op schoot. Het is avond, buiten is het stil, en binnen vertel ik je mijn verhaal. We drinken een glaasje, ik rook mijn jointje, en natuurlijk mag je een trekje, mijn gewaardeerde praatpaal, mijn meer dan welkom luisterend oor...

Over een week of zes is het 23 februari. Voor ieder van ons heeft deze datum een andere betekenis. Misschien is het je verjaardag, of de trouwdag van je zus, of vier je die dag het feit dat je 10 jaar clean bent, of dat het 5 jaar geleden is dat je uit de kast kwam. Misschien is wel een doodgewone dag voor jou, zonder enige meerwaarde. Voor mij is 23 februari de dag waarop Moos stierf. Op de overlijdensakte staat 24 februari 2006, maar voor mij ging hij dood op die donderdagavond, de 23ste, tijdens de wedstrijd AZ - Real Betis.

Al dagen liep ik rond met het gevoel dat er een vreemde kilte in huis was getrokken, alsof er iemand rondliep die de kou van buiten had meegenomen. Moos had griep. En hij was er behoorlijk ziek van. Te ziek, naar mijn mening. Waar ik niets van begreep was dat ik van Moos de huisarts niet mocht bellen. Hij at niet, hij sliep niet, hij poepte zichzelf helemaal leeg, hij had pijn in zijn borstkas en was non stop benauwd, ondanks een hogere dosis astma medicijnen. En wat werd hij pissig toen ik hem vertelde dat ik toch de huisarts had laten komen. Longontsteking, concludeerde deze, en ik schaamde me omdat ik blij was dat ik gelijk had gekregen. Een ziekenhuisopname was niet nodig. Wel moest ik langs de apotheek voor antibiotica en slaappillen. Ik weet nog dat ik terug naar huis fietste, met een tasje medicijnen aan het stuur, en dat ik vurig hoopte dat ik Moos levend zou aantreffen bij thuiskomst. Ik snapte mijn angst niet. Hij had al vaker een longontsteking gehad, vanwege zijn astma, inclusief ziekenhuisopnamen, en dat had hij overleefd. Eén keer had hij zichzelf zelfs uit het OLVG ontslagen, na er een paar dagen te hebben gelegen met ontstoken longen.

Maar Moos leefde nog toen ik boven kwam en hij was sacherijnig. Hij weigerde de slaappillen en begon ruzie met me te maken, en ik huilde stiekem in de woonkamer omdat ik zo moe was, en zette daarna de voetbalwedstrijd op, het volume laag. De meiden (die toen 20, 19 en 17 waren) waren de hort op dus ik at in mijn eentje. Kipschnitzel met gebakken aardappeltjes en sla, maar ik kreeg geen hap naar binnen. Elke 15 minuten ging ik even checken bij Moos. En elke keer was ik bang om die kamer binnen te stappen. Waar ik ging, ging een ijzige schaduw met me mee, ik kan het niet anders uitleggen. Ik kon het voetbal niet volgen omdat ik gespitst was op elk geluidje in huis en ik raakte het rotgevoel maar niet kwijt dat er iets ergs stond te gebeuren. Ik gaf de vermoeidheid de schuld. Tot ik één van de hondjes (we hadden er destijds twee) ineens door de woonkamer zag sluipen, zijn oren plat, staart tussen de benen, richting de hal, richting de slaapkamer waar Moos lag. Mijn hart begon harder te kloppen, ik kreeg het koud en mijn maag draaide zich om. Ik was zó bang. En toch legde ik mijn vork neer, ik stond op van de bank en met lood in mijn benen liep ik achter Robbie, ons hondje, aan. Ik durfde de deurkruk niet omlaag te duwen maar ik raapte al mijn moed bij elkaar en echt, ik was de dapperste der dapperen en tegelijk ben ik nog nooit zo bang geweest als toen ik die deur open deed.

Het licht was uit. Ik hoorde niets in het donker. Geen ademhaling, geen beweging. Het was er doodstil. Robbie sloop terug naar de woonkamer, waar Nina Louise, ons andere hondje, op hem wachtte. Mijn hand vond de lichtknop, oh, geef mij kracht, geef mij kracht, en ik stapte naar binnen. Hij lag daar. Dekens van hem afgetrapt, in alleen een boxershort. Op zijn rug lag hij, hoofd ietwat gekanteld, benen gestrekt en armen gespreid, als Jezus aan het kruis. Zijn ogen waren gesloten. Een klein bruinig straaltje bloed kwam uit zijn mond en liep langs zijn rechter mondhoek naar beneden. Hij ademde niet meer.

De wereld zoals ik die kende knalde in miljoenen stukjes uit elkaar. De adrenaline droop zo ongeveer uit mijn poriën, ik begon te trillen en te klappertanden en voor heel even kon ik niet meer nadenken, maar daarna trad de automatische piloot in werking en ik belde 112. De volgende paar minuten was het alsof ik me in een glazen, afgesloten bubbel bevond, samen met het levenloze lichaam van mijn man, en de stem van een aardige dame, die me kalm uitlegde wat ik moest doen. Mond-op-mond beademing en hartmassage. Ik had het nog nooit gedaan. Maar eerst moest ik Moos van het bed slepen want hij moest op de vlakke vloer liggen. Hij was zwaar en ik liet per ongeluk zijn hoofd stoten tegen een nachtkastje, sorry, schat. Ik maakte me zorgen of het een dikke bult zou worden. Ik kan niet goed uitleggen hoe het is om je partner mond-op-mond beademing te moeten geven. De angst giert door je lichaam en je wilt het liefst schreeuwen om het uit je te krijgen, maar een ander deel van jezelf, de automatische piloot, weet zichzelf griezelig goed te beheersen, en aangezien hij in control is doe je wat er gedaan moet worden. Ik had geen idee wat ik deed maar ik deed het, ik volgde stap voor stap de aanwijzingen van de 112 dame op, tot de bel ging. De ambulances. De bubbel barstte en voor ik het wist had ik een huis vol medisch personeel en agenten. 'Kent u deze man?', werd me gevraagd, tot twee keer toe. Ik werd naar de woonkamer geloosd en in aanwezigheid van een paar agenten belde ik de meisjes.

Je kinderen moeten vertellen dat hun vader niet meer ademt gaat zó in tegen je behoefte om hen te beschermen, maar gelukkig lijken je emoties in zulke situaties wel onder verdoving te zijn gebracht. Ik was me ervan bewust dat ik in shock was en ik was er dankbaar voor. Vanaf dat moment zitten er hier en daar wat lege plekjes in mijn herinneringen. Ambulance personeel, agenten, brandweermannen, de straat vol met buren en wagens en lichten. Onwerkelijk. De meisjes kwamen thuis en ik had geen idee wat ik moest zeggen. Alles wat uit mijn mond kwam klonk onecht. Terwijl in de ene kamer geprobeerd werd (met succes) Moos' hart weer aan het kloppen te krijgen werd ik apart genomen. 'Gebruikte uw man coke?', vroeg iemand van de ambulance. Nee, dat deed hij niet. Hoezo? 'We begrijpen het niet. Hij had alleen een longontsteking toch?'. Het werd me later weer gevraagd, tijdens de rit naar het VU ziekenhuis. De sirene en de zwaailichten waren aan en de man achter het stuur van de ambulance reed zo hard dat ik me moest vasthouden. We reden door een rood stoplicht en ik was bang dat we een ongeluk zouden krijgen. 'Ik zit voor het eerst van mijn leven in een ziekenauto. En nee, mijn man heeft zijn hele leven geen enkele harddrug aangeraakt'. Moos lag in de ambulance die ons volgde. De kinderen waren intussen aan het zorgen voor een taxi, want er was geen plaats meer. Onderweg stopte zijn hart opnieuw maar ze wisten hem te reanimeren, en hij werd direct naar de intensive care gebracht.

Ik moest wachten, en tijdens dat wachten sloeg de paniek weer toe, de automatische piloot was blijkbaar aan een pauze toe, en ik ging bijna onderuit. Terwijl ik wachtte, op nieuws en op de komst van de kinderen, drinkend van thee met veel suiker tegen het dreigende flauw vallen, werd ik aangesproken door een oudere vrouw, die tegenover me zat in die wachtkamer. 'Het is de straf van God dat onze naasten hier nu liggen,' zei ze en ik wilde haar zure kop wel van d'r lichaam rukken, zoveel haat voelde ik ineens naar die wildvreemde vrouw. Een verpleegkundige nam me mee naar een andere ruimte en de vrouw kreeg een uitbrander. De meisjes kwamen, bleke gezichten en ogen vol angst, plus wat familieleden en vrienden, en we moesten allemaal poepen, de een na de ander. Het wc papier was ruw en grijs en deed pijn aan je kont. Toen ik bij Moos werd gebracht lag hij aan allerlei slangen en apparaten. Zijn hart klopte wel maar zo zacht en langzaam, als een boom in de herfst die weigert zijn laatste blaadjes los te laten. Hij kon niet zelfstandig adem halen. Het zag er somber uit. En ik, ik was er wel maar ik was er ook niet. Een andere Yvonne maakte het mee en ik beleefde het mee via haar.

Inmiddels was het 24 februari geworden. 'De kans dat uw man bijkomt is heel klein. Bovendien hebben zijn hersenen te lang zonder zuurstof gezeten. Mocht hij door een wonder toch bijkomen, dan zal hij zware hersenbeschadigingen hebben. U krijgt nooit meer de man terug die hij was'. Die laatste zin maakte de beslissing makkelijker te nemen. Hoewel Moos het meestal vermeed om over de dood te praten (te confronterend) had hij me wel laten beloven hem niet kunstmatig in leven te houden, mocht er ooit iets verschrikkelijks met hem gebeuren. Ook was hij altijd bang voor aftakeling, zowel lichamelijk als geestelijk, hij was trots op zijn lichaam, zijn kracht, en het idee dat hij die kracht zou verliezen stond hem helemaal niet aan. Samen namen we de beslissing om hem te laten sterven. Ik nam afscheid van hem. 'Het is goed. Je mag nu loslaten. Maak je geen zorgen, je dochters en ik zijn sterk en we hebben elkaar, wij redden het wel. Ga nu maar, het is goed'.  Maar terwijl ik die woorden sprak, wist ik eigenlijk al dat hij al weg was. Ik schijn daarna op de gang, daar in het ziekenhuis, in elkaar te zijn gezakt, maar dat kan ik me niet herinneren. Mijn meisjes vertelden me het later.

Zes weken later kwam de uitslag van de autopsie, waar ik toestemming voor had gegeven omdat niemand begreep hoe een gezonde man van 43 zo onverwachts dood kon gaan aan een simpele longontsteking. Moos bleek een zeer agressieve vorm van lymfklierkanker te hebben, in het laatste stadium. De kanker zat verspreid door zijn hele lichaam. Niemand die het wist, ook niet de huisarts en ook Moos zelf niet. Onzichtbaar had de kanker hem van binnen opgegeten en zijn lichaam had niet de kracht meer om te knokken tegen die longontsteking. Hij zou hooguit nog drie vreselijke, slopende maanden te leven hebben gehad, want er viel niets meer aan te doen. Dankzij de longontsteking is hem dat bespaard gebleven, en daar ben ik intens dankbaar voor. Het feit dat hij niet heeft geleden maakt het niet in staat zijn geweest afscheid van hem te nemen toen hij nog leefde, meer dan goed.

Dit was het verhaal wat ik aan je kwijt moest. Ik heb het je verteld zonder schroom, eerlijk en open, zoals ik het heb beleefd. Zijn dood heb ik al lang een plekje gegeven. Een nieuwe wereld moest ik betreden, een wereld zonder de man waar ik 25 jaar mee had geleefd, en dat heb ik gedaan. Maar de dingen er omheen, rond zijn overlijden, die verschrikkelijke avond en nacht, daar ben ik nog niet klaar mee. Vooral dat moment waarop ik die deur opendeed en die doodse stilte hoorde en voelde, en het volgende ogenblik, die foto, dat plaatje, dat schouwspel, en dat puur, zuiver, helder en verpletterend weten: mijn man is dood... Daar heb ik nog steeds last van. Maar waar ik voorheen niet verder durfde te denken dan voorbij mijn hand op de deurkruk, zo durf ik sinds kort de hele film terug te zien. De kamer waarin Moos is gestorven wordt nu gebruikt als logeerkamer (ik heb hem goed gereinigd) en de levenslust van zijn kleindochter, die haar opa nooit zal ontmoeten, heeft de doodsschimmen voorgoed uit die kamer verjaagd. Langzaam maar zeker raken de herinneringen aan de gebeurtenissen op 23 en 24 februari hun angstaanjagende karakter kwijt.

Ik snap dat het nu tijd voor je is om naar huis te gaan. Het was misschien niet de vrolijkste manier om 2013 mee te openen maar ik ben blij dat je er was en dat je naar me luisterde. Ik heb vandaag een nieuw begin gemaakt, zoals hoort op de eerste dag van het nieuwe jaar. Dankjewel. Hier is je jas, kleed je goed aan want het is koud en het is al laat. Luister, want ik wil je nog één ding zeggen voor je weggaat, en laat me je even vasthouden: vier het leven, schat, en geniet van al het moois om je heen. Gelukkig Nieuwjaar! Oh, en sorry voor de kattenharen...